Claudius Galenus


In de geschiedenis van de westerse geneeskunde neemt de Grieks/Romeinse arts Claudius Galenus (22 september 131 - Rome, 201) een belangrijke plaats in. Zijn geneeskundig systeem domineerde de artsenijkunde bijna 1500 jaar lang.

Galenus werd geboren in Pergamum in Klein-Azi� (tegenwoordig Turkije). Hij was arts van de Romeinse keizer Marcus Aurelius.

Zelf deed Galenus niet zoveel nieuwe ontdekkingen. Centraal in zijn gedachtengoed stond Hippocrates' theorie dat het menselijk lichaam bestaat uit vier lichaamssappen, te weten slijm, bloed, gele gal en zwarte gal, en dat elk sap een bepaald temperament vertegenwoordigt. Onbalans in hoeveelheden van een of meer van deze sappen zou ziekte en andere stoornissen veroorzaken. Een disbalans werd behandeld door middel van een dieet.

Nieuw was dat Galenus deze sappen koppelde aan de vier elementen water, vuur, lucht en aarde. Ook geloofde hij in de theorie van de drievoudige bloedcirculatie. Hij schreef een enorm aantal boeken, waarvan meer dan 100 bekend zijn.

Galenus bleef eeuwenlang de hoogste medische autoriteit, totdat Andreas Vesalius en William Harvey de fundamentele misvattingen van de genoemde theorie�n aantoonden.


Hier vindt u vertalingen van Galenus 05,06,07,08

door Pieter Schoonheim

VERTALEN GALENUS.05


De Praecognitione
p.68 - 82 N
14/599 K
121103

Pag.68 ed. Nutton:

Wat is het voor de meerderheid van de artsen toch een probleem om van te voren te weten wat er bij elke ziekte met pati�nten gebeurt. Want sinds ze zich niet alleen in schijn maar ook in werkelijkheid uitsloven door niet alleen in de geneeskunde maar ook in andere vakken uit te blinken, wordt het mooiste van die vakken verwaarloosd, en wordt de nadruk gelegd op wat men eruit kan slepen bij het grote publiek (om) te zeggen en te | doen wat leuk is: ze lopen te slijmen, ze gaan dagelijks bij rijke en invloedrijke mensen in de stad aan, ze vergezellen hen op hun route, ze blijven bij ze, (en) ze brengen ze naar huis, en ze amuseren ze aan tafel.

Sommigen echter maken niet alleen daarmee indruk op [de] gewone mensen in de aanname (ώς) dat ze personen van gewicht zijn, maar ook met een massa mensen die met hen meekomen, en met een gedoe van zilveren opsmuk. Reg14 Van dit alles doen zij (de mensen) enerzijds een genoegen, anderzijds slaan zij mensen, die onbekend zijn met de echte krisis, uit het veld, zoals zij zelf menen, omdat zij zelf op het goede paard hebben gewed, en zij om zo te zeggen niet op grond van de echt behoorlijke | zaken, maar op grond van lieg en bedrieg de touwtjes in handen hebben. Omdat ze zo gericht zijn, aarzelen ze niet ook in andere dingen de boel te beduvelen, en maken ze bekend het vak in de kortste keren te kunnen onderwijzen, (en) verzamelen zij een massa leerlingen (om zich heen), waardoor zij ook zelf toenemen in wijsheid in de steden waar zij leven.

Reg.22 Die kwalijkheid is gemeen aan alle beroepen (en) heeft zich van het leven van vandaag de dag meester gemaakt; maar bij de geneeskunde neemt zijvelerlei vormen aan.(Pag.70) E�n ervan moet ik speciaal onder de loep | nemen, die ?t meest opvalt. Want als er een dokter is, die goed is opgeleid, [waar slaat άυτην hier op?] voorspelt hij dat er een delirium optreedt bij de pati�nt, of een depressie, ofbloeduitstorting, of tumoren achter het oor, of een ander verval van een of ander lichaamsdeel, of braken of zweren, of de maag in opstand, of verval van krachten (? Συγκοπη ) of iets anders van hetzelfde soort, dan lijkt dat voor de gewone man door de ongewoonheid een raar soort fenomeen, zodat hij (zich)gelukkig zou prijzen als hij niet op een tovenaar zou lijken. Sommigen van hen echter verwerpen (een) dergelijke | theorie alsniet [onmogelijk (dat kan er niet staan): kijk dat na] , en ze vragen regelrecht aan zowel de voorspeller als aan andere dokters of er door de lui vroeger iets dergelijks is opgemerkt, of dat het een vondst is van de voorspeller alleen.

Reg.11 Vervolgens is het noodzakelijk dat [de] dokters hun onwetendheid verbergen, en misschien zijn sommigen (geheel) onwetend, en zeggen ze niemand tegenwoordig dat ze daarover iets geschreven hebben, maar dat de (voorspeller), die zo?n voorspelling doet, een tovenaar is.

Reg.15 Maar de voorspeller zelf durft niet te zeggen dat er door veel mensen vroeger (iets) is geschreven, en wel ?t meest door Hippocrates, voor ons de leidende figuur van alle mooie dingen, (?) (Guide to all that is good N. )en door de schaamte voor de aanwezige artsen en door de verdenking van hen die haten. Ook hij durft niet te zeggen dat hij hetzelfde heeft uitgevonden. Want (dan) zou hij liegen en nog meer door hen gehaat worden. Dus is (het) vraagstuk van alle kanten moeilijk weerstand te bieden, terwijl hijaarzelt, meen ik, en het punt grondig heeft bekeken, terwijl hij te meer de verdenking van toverij op zich laadt, door (het) voor zichzelf altijd te zullen (doen), maar uiteindelijk richt hij de afgunst op zichzelf, zodat hij door hen wordt belaagd, eerst door een complot van vergiftiging, ten tweede (��n) (?) waardoor Quintus werd gepakt, ��n van de betere artsen van (degenen die beschikbaar waren), (iemand) echter die uit de stad was verbannen, omdat hij [de] pati�nten om zeep had geholpen. Dus wie een van de twee op filosofische manier moet (ver)volgen (doet dat) zowel op waardige wijze van de Asclepiaden, [Hier een Noot]of hij gaat op de vlucht, maar (maar dan) ongeveer als Quintus het bij pogingen te laten voor het mooie van de waarneming [Wat bedoelt hij hier?], of (het) duidelijk door te duwen, als hij aan de drieste kant is.

Reg.23 Maar als hij vrij krachtig is en overal heen gaat, en in z?n eentje met vele kwade elementen de strijd aanbindt, en veel motieven van smeerlapperij beheerst, zelf van kindsbeen af aan en van studie-wege, maar (κάι) onervaren in dergelijk kwaad, ofwel met kracht gegrepen [aor. άλοντά] het overige bij hen, omdat [?however? N.] zij hem willen gebruiken, (Pag.72)(maar) zelf vanaf hun kindertijd en het begin van hun studieen onkundig aan dergelijk kwaad, ofwel in kracht aanvattend ( ? ? ) het overige bij hen te zijn, omdat zij hem willen gebruiken. Of als hij het volhoudt, en strijdt tegen een willekeurig lot, terwijl hij gebruik maakt van het wonderbaarlijke, altijd het strijden en bestreden worden van het slechtste van de oorlogen, die zij burgeroorlog noemen, maar niet kunnen ontvluchten.

Reg.13 Het is dus ( ? ) [aanvullen!] dat het velen die zich daarop hebben voorbereid, en allen die de waarheid zonder mankeren hoog houden, niet door externe factoren, maar door het ding an sich, wanneer zij eenmaal het kwaad dat het leven tegenwoordig beheerst, en (om)dat zij klaarblijkelijk van geen nut voor de mensheid zullen zijn, afstand zullen nemen van het vuil van de massa, zoals in een grote storm en windvlagen zichzelf willen redden. Die (mensen) zijn voor de meerderheid onbekend, maar (wel) bekend en bij uitstek geliefd, i.h.b. bij de goden, vervolgens (ειτα) bij de beste [der] mensen die rustig leven, terwijl zij het aan [de] slechtaards overlaten om bij de meerderheid in een goed blaadje te komen.

Van al deze zaken liggen de oorzaken bij de mensen in de stad, die rijk en machtig zijn, en die het genot boven dedeugd stellen, (die) het niet op prijs stellen degenen die iets goeds hebben geleerd (dat) aan anderen kunnen doorgeven, en die bij de verschaffers van genot bij ( ? ) en bij lieden die hen kunnen verrijken en (waar ze) bewondering oogsten, en hen in de lucht steken, zodat ze van dansers en wagenmenners afbeeldingen maken, die op ��n lijn gesteld worden met de godenbeelden, en die aan hun leer(stellingen) net zoveel waarde hechten als zij aan gebrek eraan te kort schieten. Want wat goed is in elk (vak), dat zien zij niet, ook kunnen ze niet op tegen de knappe koppen. Van wiskunde en rekenkunde maken zij alleen gebruik voor zover zij (reg.31) berekeningen van node hebben voor hun uitgaven, en de inrichting van hun huis; (pag.74) van astronomie en waarzeggerij (alleen) (als) zij vooraf moeten weten van wie zij zullen erven, zoals ook van de muziek alleen voor het genot van het beluisteren. Maar de filosofie, die het uitgangspunt is voor al die dingen, omdat de theorie die te berde wordt gebracht, hen in niets deert, behalve voor zover de behoefte sommige welbespraakte ( ? ) heren dwingt dat sluwe instrument, die sofistieke theorie toe te passen. Want van de filosofie zelf vinden zij niets goed, maar van alle vakken vinden zij haar (τουτο)het meest nutteloos, ongeveer als het boren van gaatjes in spelt [millet Eng. = spelt].

Dat zijn dus de lui die alleen het noodzakelijke nut van de geneeskunde kunnen (in)zien, en zelfs dat niet echt. Maar zoals Plato ergens zegt: als je moet laten kiezen door kinderen of onnozele mensen tussen een dokter en een kok, dat dan de kok met ruime meerderheid zou winnen.

Daarvan was ik tijdens mijn vorige (first N.) verblijf niet op de hoogte, (en) niets vermoedend gaf ik niet hoog op met kale woorden, maar met daden (over) wat er zat aan te komen, en hoe je dat moest bestrijden tot er (echt) iets gebeurde, zoals jij weet omdat je steeds bij de hele ziekte van Eudemus de Peripateet, van [het] begin tot [aan het] einde aanwezig was. Want op een dag voelde hij zich niet lekker na het bad, een koudje vanaf het achtste uur, waardoor hij gedwongen was te vasten. Hoewel hij de dag zonder problemen doorkwam, vond hij het veiliger om het achtste uur over te slaan [medische annotatie]. Toen hem op datmoment niets vervelends overkwam, terwijl hij nog vastte tot het negende uur en er geen duidelijke verandering intrad, nam hij een bad en at een kleinigheid. De derde dag kwam hij bij me langs zoals onze gewoonte was, en voor de veiligheid [κάτ? έκέίνην sc.ασφάλειαν]besloot hij ook daarom de verdachte uren over te slaan.

(p.76 ) Je hebt (hem) dus ? omdat er toch niets vervelends zou gebeuren ? opgedragen om naar bed te gaan. (Zo ook) alle anderen die erbij waren; alleen ik hield m?n mond. Maar toen hij naar de reden van mijn zwijgen vroeg, gaf ik als antwoord dat het mij uiteindelijk niet verdacht voorkwam, dat het begin van de vierdaagse periode op de eerste dag was gevallen. Jij had mij immers gevraagd om (hem) de pols te voelen. Maar door het feit dat ik nog niet wist hoe de pols normaal was volgens jou, en het afgezien daarvan ook niet mogelijk is kleine verschillen duidelijk in het oog te krijgen, heb ik geen uitspraak (gedaan), zoals ik ook nu niets m��r heb te zeggen dan het vermoeden dat ik toen had.

Reg.8 Hij nam dus vlug een bad, en gebruikte vervolgens een lichte maaltijd; en nadat hij mij tegen de avond weer had laten komen, en me gevraagd had weer de pols te voelen, kreeg hij dezelfde uitslag te horen als voor het bad, en (nog) meer uitgesproken dan toen. (Reg.11) Om die reden (nu) leek het dat (we) voor de zevende dag op rij, (gerekend) vanaf het begin,en voor de vierde dagvanaf (nu) die (dag) scherper in de gaten moesten houden. Hij bleef (dus) thuis, nam een bad, [en] gebruikte de maaltijd, terwijl meerdere personen zoals je weet zeiden dat hij koortsvrij was. (Reg.15) Ik had het toen je dat vroeg ? je zult je dat zeker herinneren ? over mijn argwaan, en zei dat de aanloop van de vierdaagse koorts bij hem erg kort was. Ik ging weg, omdat ik tegen de avond bij iemand moest gaan kijken, die ziekelijk was en niet (bepaald) dichtbij woonde. (Reg.19) Toen Eudenus een bad had genomen, gebruikte hij meteen de maaltijd, maar niet lang daarna bespeurde hij warmte over zijn hele lichaam, waarvan hij aannam dat die door de (juist) ingenomen drank kwam. Want hij had oude wijn gedronken. (Reg.21) De volgende dag besprak hij de betreffende casus met de aanwezige artsen, waarbij zij ook genoegzaam de schuld gaven aan de wijn, terwijl hij dacht dat hij geen tegenslag ( ? ) zou krijgen; (zo) nam hij op de vierde dag na de verhoging (hot flush N.) een bad en at op de gebruikelijke manier. Toen hij echter duidelijk koorts begon te krijgen, was hij ervan overtuigd dat het de periode van de vierdaagse (koorts ?) [Medische Annotatie]] was, en vanaf dat moment prees hij alleen mij, omdat ik zo serieus de pols had gevoeld, al in een eerder stadium. Hij was er nl. van overtuigd dat ik een duidelijke voorkeur had voor (de) filosofische benadering maar zich om de echt medische benadering (slechts) terloops had bekommerd. (Reg.28) Want hij had gehoord, dat toen mijn vader mij inleidde in de filosofie, mij met uitgesproken (lett.: duidelijke) dromen had opgeleid in wat was voorgeschreven [staat dat er wel?] en in de medische vakken, niet als vingeroefening.

(Reg.3) (p.79) Dat overkwam mij toevallig, zoals je zelf ook weet, toen een man (?young man? N.) in het begin van de herfst ziek werd, vervolgens, toen het herstel inzette, hij in het vijfde uur koorts kreeg, en jou ? je was er bij ? te kennen gaf dat dit de aanval van de vierde periode was (?)[nog eens naar kijken] (en) volkomen duidelijk was. Want toen de tegenkracht (=antapodosis )

inzette naar analogie (in de loop van?) de vierde dag, hoorde Eudemus van jou van de gedane voorspelling, en was hij nog meer overtuigd dat hij op mij kon vertrouwen. (Reg.10) Zodat, toen het kritieke punt (gerekend over) (lett. in de) vier dagen (z?n) hoogtepunt bereikte, verzamelde hij de beste doktoren van de stad (en) vond hij het nodig een beschouwing te geven over de therapie van de ziekte. Ik wilde graag buiten schot blijven, omdat ik niet met hen wilde debatteren. En toen de meest vermaarden van hen besloten dat hij vroeg in de morgen die dag, tegengif (moest) drinken, (die dag) waarop het hoogtepunt (lett. paroxysme) van de vierdaagse cyclus zou vallen, (Reg.16) nadat zij ? zoals je weet ? waren vertrokken, en jij bleef, vroeg hij mij wat voor hoop ik op de werking van het geneesmiddel had. Je weet (nog wel) hoe ik dat beantwoordde, niets in het onzekere latend dat het geneesmiddel niet alleen niets zou baten, maar dat het ook de periode van vier dagen zou verdubbelen. En toen hij naar het waarom van mijn antwoord vroeg, zei ik dat de ziekte nog niet gekookt [medische annotatie !] was, en dat dat middel (juist) omdat zij ongekookt was, een slechte verhouding van de sappen had, en in het begin van de winter tot het nog vergroten van de verwarring (zou leiden), (en) haar noch kon koken noch (kon) verspreiden. Dat antwoordde ik dus Eudemus. (Reg.24) Devolgende dag vroeg kwamen zij naar hem toe, (en) terwijl ik nog niet aanwezig was, gaven zij hem het middel, waarbij zij het ontzagen iets uit te leggen van wat ik hem had gezegd, terwijl hij ernstig opmerkte dat alle artsen die bij hem kwamen debelofte deden dat de vooruitgang door het middel hem niet weinig zou helpen. Reg.28 Ze zeiden dat als het hoogtepunt (paroxysme lett) zich op hetzelfde uur voordeed, [dat] het dan soms zo uitkwam dat de ziekte zich bij de eerste dosis bewoog en zich verplaatste [Medische Annotatie]. (30) En dat als hij de tweede (dosis) dronk, (de ziekte) afdoende verdwenen was, als het hoogtepunt (id. paroxysme) zich op dezelfde dag voordeed als waarop hij (het paroxysme) hem werd toegebracht (lees: hem overkwam).

Reg.33 Terwijl zij zo spraken gingen zij- er het beste van hopend - weg. Zonder (de tijd) af te wachten viel de volgende reeks (van vier dagen) onverwachts op het achtste uur aan,

Pag.80 krachtiger dan de vorige dag [was gebeurd]. Toen zij dus ?s morgens vroeg kwamen, besloten zij zoals je weet voor de tweede keer van het middel te geven, en wel gaven zij het [drankje] op het overeenkomstige (uur) als het vorige hoogtepunt, (lett.paroxysme) en gingen weg. De aanval kwam overeen met het vorige hoogtepunt (en) trof hem, en daarna een tweede daarover heen. Bij deze gelegenheid nu vroeg hij mij tegen de avond wat voor verwachting ik had van wat er zou komen. Maar ik had zoals je weet bij hem de beweging van de aderen goed in de gaten gekregen, [medische annotatie] en ik zei: ?Op dit moment ben ik niet in staat om jou op afdoende wijze op je vraag antwoord te geven, maar morgen vroeg zou dat kunnen, als ik alle urine die gedurende de nacht is aangemaakt, heb bekeken.Reg.10 Toen ik dus tegen de morgen paraat was en die (urine) had bekeken, en hem had gevraagd om als er intussen weer zou komen, zei ik rond het vierde uur terug te komen. Toen ik inderdaad (weer) bijsprong (en) de urine nakeek en hem verder de pols voelde [er staat polsen pakken !] gaf ik hem als uitslag dat het hoogtepunt [lett.: paroxysme] rond datzelfde uur zou komen.

Reg.15: Ik ging dus weg. Iets later toen ze geconsulteerd waren, kwamen Sergius Paulus erbij, die een hele tijd later prefect van de stad werd, en Flavius Boethus, die toen ook zelf oud-consul was, [dat heet toch proconsul? ] en die zich ijverig oefende in de filosofie van Aristoteles, zoals ook Paulus. Toen hij hen dus alles over mij had uiteengezet, zei Eudemus dat hij de voorzegging over de dag van vandaag, wat die zou brengen bij het komende hoogtepunt [lett.: paroxysme] aan mij overliet, en dat hij benieuwd was hoe het af zou lopen.Reg.30: Toen ook dat (hoogtepunt) op hetzelfde uur was gevallen als de voorafgaande, verbaasde Eudemus zich, en maakte al de lui die hem (mij?) in de gaten hielden duidelijk dat mijn voorspellingen ? en dat waren bijna allemaal mensen die in Rome door aanzien of (καί) opvoeding iets voor hadden ? Boethus dus had gehoord dat ik mij op hoog niveau had bezig gehouden met anatomische beschouwingen, en het trof dat hij mij had opgeroepen om iets te laten zien over (de) stem en (het) ademhalen, hoe dat zo gaat en met welke organen. Toen hij dus (Pag.82) achter mijn naam kwam,

VERTALEN GALENUS.06


p.82 / Reg. 1��� en juist dat (τουτ΄ αϋτο) aan Paulus meedeelde, zei hij dat hij na de proef mij (zou) oproepen, om ook mij zelf iets te laten zien. Want Paulus zei dat hij de demonstratie van wat er in de anatomie te zien is zeer miste. Evenzo Barbarus, de oom van Lucius die het bewind voerde over het (gebied) genaamd Mesopotami�, die proconsul was, [όντος υπαρχου hier een historische aantekening ?] en die instructie nodig had, zoals Paulus. Tenslotte ook Severus, de consul, die erg z?n best deed op de filosofie van Aristoteles.

Reg.8: Hoe het met de gang van zaken rond de anatomie is gegaan, zal voor jou, die op de hoogte is, een kleine opfrissing behoeven, die iets later aan de orde zal komen. Bij de geschiedenis rond Eudemus kom ik erop terug. Reg.10: Want nadat hij door [de] drie periodes van vier dagen uitgeput was geraakt, werd hij door de artsen opgegeven, omdat het denk ik al midden in de winter was, [wat betekent που hier ? ] [?think? Nutton] omdat hij mijn leermeester was, en ik bovendien toevallig dichtbij hem woonde, had ik de noodzaak tweemaal per dag bij hem te verschijnen als hij mij ontbood. Reg.13: Maar op dat moment werd ik uitgelachen door Antigenes, ��n van de leerlingen van Quintus, die ook medestander van Marinus was, [en] van wie werd aangenomen dat hij de voorman van de artsen was, en dat hij alle vooraanstaanden [lett. machtigen] behandelde.

Reg.16: Ik weet niet waarom (ότι), (maar) hij beweerde (dat) degenen die hem steunden(?) [my supporters N.] [dat zij] binnenkort door zouden hebben wie zij haddengeprezen, als zij zagen dat Eudemus werd uitgedragen.

Reg.18:Terwijl hij dat tegen de aanwezige leken zei, onderbrak hij zichzelf nu en dan, en stelde met nadruk tegenover de artsen: (20) ?Eudemus (hier) is 63 jaar, heeft midden in de winter de vierdaagse koorts gehad, (en) Galenus gelooft (dat) te (kunnen) genezen. Reg.22: Mijn beste Epigenes, ik weet dat de voorzeggingen over hem over wat daarna gebeurt, en over de therapie, dat jij die onophoudelijk rondbazuint. Maar bij mij kwam er voor ?t eerst een begin van afgunst, omdat ik werd bewonderd om de waardigheid van leven en mijn professionele werk. (Reg.25) Want van de drie perioden van vier (dagen) wekte ik bewondering dat de eerste op die dag was opgehouden. Maar toen ik ook de genezing [oplossing D.] op de voorzegde dag van de tweede (cyclus) had waargemaakt, stonden ze allemaal st�������������� omverbaasd. (28) Bij de derde (cyclus) tenslotte baden ze tot de goden dat ik ernaast zou zitten. Maar toen ook die op de door mij voorzegde dag eindigde, oogstte ik niet alleen bij de voorspellingen maar ook bij de therapie niet weinig lof. (Reg.31)

pag.84/Reg.1 Niet alleen [dat moet toch όυ μονον ? ομοιώς δ? zijn? ] Antigenes verloor z?n gezicht door de zo uitgesproken roddel die hij mij (veel te) vlug had toegevoegd. Met Martianus ging het net zo. Over hem als top-anatoom werd op dat moment en al eerder bij de jonge artsen (eenvoudigweg) geroepen. Twee boeken van zijn hand over anatomie stonden in hoog aanzien. Ook Eudemus was geliefd bij hen, en hij zei dat ik niet alleen geprezen moest worden, terecht door allemaal, maar dat ik ook bewondering verdiende (Reg.7) (en) hij belasterde (mij) dat de voorspellingen niet gebaseerd waren op geneeskunst, maar op waarzeggerij. (Reg.8) En als sommige (lieden) soms vroegen welke mantiek hij bedoelde, [legoi: optatief indirecte rede ] dan zei hij soms die van vogeltekens, soms van ?n offer, soms uit samenloop van omstandigheden, of uit het raadplegen van de horoscoop.Wat uiteindelijk met Eudemus gebeurde was het volgende. Reg.12: Toen de dag van de derde periode van vier dagen op handen was, de dag waarop ik de uiteindelijke genezing voor hem had voorspeld [te zullen gebeuren], verscheen Martianus bij Eudmus op het negende uur, (en) zei dat de (aanval) die er nu aankwam niet een beetje heftiger, maar zelfs (καί) veel omvangrijker dan het vorige hoogtepunt was. [lett. paroxysme][niet bij M.]Onmiddellijk (daarop) vertrok hij met een opgewekt gezicht, daarbij duidelijk tonend dat hij zich verkneuterde dat mijn voorspelling had gefaald. Reg.17: Maar toen Eudemus een vooruitgang had bespeurd zoals hij nog niet eerder had bemerkt, terwijl hij er echter tevens op vertrouwde dat ik niet zou falen in (mijn) voorspelling, wachtte hij (of er) nog een andere dokter zou komen. Toen er niet slechts ��n verscheen, maar zelfs twee en zelfs (καί) drie, Reg.20) want ze wachtten allemaal af hoe dat met de voorspelling en met de therapie af zou lopen, terwijl ze zaten te bidden dat (?wat is dat voor een καν oprevies? καί en εαν ?) of? als? ik bij de derde van de perioden van vier dagen zou falen ? Eudemus taxeerde dus dat ook zij wel zouden zeggen hoe het er met | zijn zaken voor stond, en hij hetzelfde antwoord kreeg dat Martianus had gegeven, en toen hij merkte dat ook zij net als Martianus uiterst vrolijk waren geworden, kwam hij er ook zelf achter dat zij zich zaten te verheugen dat de voorspelling en de therapie hadden gefaald. Toen ik tegen m?n gewoonte te laat kwam, omdat ik bij een visite was opgehouden, liet hij mij zonder mankeren optrommelen, (Reg.28)

(p.86/Reg.1): want ik woonde zoals ik al zei bij hem in de buurt (en) ik wilde de gelukzaligheid die hij bezat (wel eens) onder de loep nemen. Maar toen ik was gearriveerd, wachtte hij zelfs niet tot ik was gaan zitten, maar strekte z?n hand uit en vroeg me dringend z?n pols te voelen [er staat meervoud] .Toen ik hem hadgepolst [zegt een dokter dat zo?], vroeg hij gretig wat ik (erover) te zeggen had. Ik zei met een glimlach: ?Niets dan goeds? ? ?Zeg me eens? zei hij, ?wat is het precies?? ? En ik weer:?Zal het voor jou niet voldoende zijn [waarom hier futurum?] als je de hoofdzaak in gecomprimeerde vorm hebt getoond om je (dan) over de toekomst te verheugen?? ? ?Absoluut niet?, zei hij ? ik wil het ook in detail van je horen? - ? Hoor dan: Je zult vannacht [waarom dat? En waarom ταυτηι = die ?] verlokt worden van je hele ziekte-toestand, en de oplossing van alle bijkomstigheden van toekomstige en bijkomende aard zal daarop volgen.

Reg.10: ?En dat? zei ik, ?was mij zojuist duidelijk gemaakt door de polsslag, die (nl.) de natuur van jouw lichaam uiteindelijk regelend bestierde, en in bewegingbracht, en alles uit het lichaam naar buiten wierp, wat voor jou schadelijk was in de sappen die tegen het lichaam (in werkten).[wat doet dat την in reg. 13?]

Reg.13: Hoe meen jij dat dat door de natuur duidelijk is gemaakt door jou (CH K!) Want echt, zij heeft dat niet gezegd door te spreken ? Geef mij antwoord! Want je weet dondersgoed dat ik het argument [eng. argument]meer volg dan al die jammerlijke dokters?. ? ?Dat het? zei ik ?de beweging van de vaten omhoog heeft gebracht,[N. mijns inziens niet juist hier]meer dan de zijdelingse druk naar links en naar rechts, net wat hij altijd gewend is te doen, als hij dat wat pijn doet probeert uit te scheiden uit het lichaam?. Reg.19: Op dieuitspraken ging Eudemus als volgt in: ?Maar aangezien er vele wegen van afscheiding door de natuur zijn gedefinieerd ? zoals b.v. braken en buikloop , verder ook overmatig urineren,sterk transpireren, haemorragie[nederl term: bloed uitstorting? med. term :? ? En waarom fem sing ?] en de gebruikelijkebloeduitstorting die, als ze zich uitstort, een volledige leegte veroorzaakt ? het zou een taak van jouw vak kunnen zijn (Reg24/25) om mij de aard van die leegte uit te leggen. ? ?Als zich dus een bleduitstorting voordoet? zei ik ?heb je eerst die en die (voor)tekens, juist zoals die van het zweten.? Ik voegde aan deze uitspraak ook de voortekens toe die aan het braken voorafgaan. Reg.26: Maar van de algehele kritische leegmaking door het onderlijfhebben wij geen apart voorteken, maar gezien het feit dat geen van de andere zich voordoet, zou je de verwachting kunnen koesteren dat zich dat bij jou voordoet.? ? ?Je bent op logische wijze van wat er gebeurd moet zijn gekomen? zei hij.(einde p. 30 / Reg.30)

P.88/Reg.1: Dat hadden wij ?s avonds allemaal met elkaar besproken, maar toen jij ?s morgens vroeg was aangekomen, hoorde jij zelf de hoofdzaak van de voorspelling. De filosoof verliet zijn gewoonte om niet (te) zacht te spreken niet, zoals hij gewend was, maar riep tegen ons allen, terwijl we als vrienden binnen kwamen, dat de Pythische Apollo door de mond van Galenus de zieken wilde voorspellen, [en] hen daarna behandelen en hen uiteindelijk op een voorzegde dag genezen. De genezing van de ziekte heeft hij lang geleden (chk! εκ πολλου) aangekondigd ? ik ben ervan overtuigd dat ik afdoende ben genezen - en hij heeft het zowel bij de therapie als bij de voorspelling bijhet juiste eind gehad. (γεγενημενην = chk!) Hij heeft mij van drie series van vierdedaagse koorts (?) bevrijd waaraan hij ten prooi was gevallen door het ontijdig drinken van theriak (=tegengif ? chk Durling)[medischeterm: ? ? ]Reg.10: (Maar) toen de tijd daarvoor (wel) rijp, was gaf hij mij, hoewel die lieden niets zeiden, terwijl hij door hen werd uitgelachen, of hij meende een oude heer die vermoeid (?) was in de winter van drie vierdaagse periodes te kunnen [lett zullen] genezen. P.88/Reg,14: De leken uit de medische stand, die dat hadden gehoord, verheugden zich allemaal in de veronderstelling dat er met mijn komst nar Rome een groot goed was gearriveerd. Martianus, die niet alleen als geneesheer maar ook als filosoof bekend stond, had gehoord dat mijn bewering dat de beweging in de aderen op de bewuste dag was uitgekomen, de beweging die zij als onrust wekkende, niet als kritische (aandoening) beschouwden; [en] toen hij vond dat Eudemus in goede geestelijke gezondheid was, (19) maar wijdde geen enkel woord van waardering aan mij. [Deez zin is een anacoloet !] Echter hij kwam mij toevallig tegen toen hij de Sandalenmakersstraat in kwam. En meteen, zonder mij te groeten, zoals zijn gewoonte was, vroeg hij (mij) of ik het tweede boek van de Porrhetica van Hippocrates had gelezen, of dat ik het werk in het geheel niet kende. Maar (και) toen hij vervolgens hoorde dat ik het (wel) gelezen had, en enkele dokters mijn schijnbaar terecht hadden verklaard dat het niet tot de echte boeken behoorde, zei hij: ?Je hebt echt wel begrepen wat daarin staat: maar ik doe geen uitspraken in die zaken.? Pag.90/Reg.1: Ik weer: ?Maar waarom heb je dat dan gezegd?? En hij dat hij net bij Eudemus vandaan was gekomen, die zich had verbaasd dat je na hetpolsen gisteravond voorspeld had dat er een uitscheiding zou komen door de onderbuik, waarna hij geen koorts meer zou hebben. Toen hij dat zo had gezegd, antwoordde ik alleen: ?Dat heb je van Eudemus gehoord, niet van mij? (en) ging er meteen vandoor. Toen ik bij Eudemus aankwam, vertelde ik wat er was gebeurd, en ik was verbaasd over de boosaardigheid van de artsen die te goeder naam en faam in Rome bekend stonden. Hij zei dat ik dat met recht en rede had ondervonden, waarbij hij de dokters hier met die in ?t vaderland vergeleek, die om meerdere redenen naar het toppunt van boosaardigheid kwamen en hij ging ze allemaal op een rij door, ongeveer zo: Reg.10: ?Denk niet dat de goeie kerels in die en die stad slecht worden, maar allen die eerder slecht zijn, vinden daar de stof voor hun praktijken (en) veel grotere winst dan ze in de buitengewesten hebben. Reg.13: Bij het zien dat (velen) rijk waren geworden, net als zij zelf, imiteerden zij hun daden die veelvormig waren en kwamen zij door meerdere oorzaken tot het uiterste van slechtheid. Ik zal jou (er) enkele meedelen, omdat ik langdurige ondervinding heb [lett langdurig beproefd ben].[πειράω- op de proef stelllen; beproeven; ervaren h.l.?]p.90/Reg.16:Want niet alleen heeft de natuur, of de materie van de winstgevende zaken de slechtheid van hetgeen van nature slecht is vergroot, maar ook heeft de kennis van de wegen van het kwaad ( ? ) gevolgd, dat ik dagelijks heb zien geschieden door lieden die waren als zij zelf.

Reg.19: Vervolgens zijn zij ervaren geraakt in het imiteren daarvan (scil de παμουργίαι )

De volgende regels 19-28 even opzij zetten. De nu volgende vertaling is voorlopig!

P.90/Reg.19: En dat zelfs als zij worden ?betrapt? door iemand terwijl zij hun misdaden begaan (om) op anderen die onbekend zijn om op hen zelf over te gaan, aan wie zij van de eerste poging van wie zij door kwaad te doen bekend waren geworden (?) (en) zij op veiliger wijze worden aangevallen, (dat) heeft geen kleine (:geringe) kracht, ook zelfs niet met het oog op het nooit meer ophouden van de boosdoeners. Reg.23: Maar zij die anderzijds in de kleine steden, nog niet verlokt door de grootte van winsten zoals anderzijds de mensen hier, die gemakkelijk bekend zijn bij hun (mede)burgers; zelfs als zij gering zouden zondigen hebben zij de beschouwing(?) zonder praktijk. Reg.26: Maar daar is ook het niet gekend worden van alles wat zij telkens doen aan(?) de veroorzakers van het kwaad (wat) het kwaad van hun natuur vergroot. Reg.28: Want ze vallen [die] mensen die hen niet kennen aan(?), en het meest wanneer die hen niet kunnen terugbijten door de dubbelheid van (hun) mening, zoals (=p.90/Reg.29)

pag.92/Reg.1:(zoals) zij [zelf] elkaar bijten ook wanneer zij in iets kleins benadeeld worden. Zoals die lui hier, die rovers, elkaar helpen bij het onrecht (jegens) anderen, maar (δέ) zichzelf sparen. Op dezelfde manier richten de lui bij ons de concties (chk!) tegen ons, daarin alleen verschillend van [de] bandieten dat zij in de stad, niet in de bergen kwaad doen.Reg.6: ?Maar het voor de hand liggende?, zeg ik ?heb jij al dikwijls gehoord, dat wanneer de opstoot in mijn land zal ophouden, jij meteen zult zien, dat ik uit deze stad vertrek, en ik mijn verblijf daar nog kort zal maken, zodat ik nog sneller van die slechte mensen af ben.? Reg.11: ?Maar? zei Eudemus, zij zijn ook niet op de hoogte van wat door jou is besloten. En als zedat zijn, leugenaars als ze zelf zijn, dan zullen zij u(?) allen evenals zichzelf beliegen. (13)En als ze zelf van de armen en onopgevoeden zijn in hun land, en niet in staat zijn (daar) te blijven door alles te kennen wat ik eerder heb gezegd (over) hun kwaadspreken (en) zij in die stad zijn gekomen, en menen dat de anderen die daarbij zijn gekomen, niet zouden willen vertrekken voordat zij (hun) geld hadden verzameld. (17) en zelfs als zij van jouw stadgenoten zullen horen over je afkomst en je bezit, dat je niet van de armen bent, dan zullen ze zeggen dat ze door jou zijn uitgerust(?) wegens fraude van degenen die dat nog zullen horen.(19) Want wat ze zelf hebben gedaan, daarin zullen ze van allen verdacht worden.?

Reg.21: Dat zei Eudemus, en hij voegde er nog andere dingen van dezelfde soort aan toe: dat als zij ons (?me? N.) niet konden schaden door hun schurkenstreken, zij zouden overgaan tot een vergiftigings complot. En hij haalde in zijn betoog een jongeman aan, die zo?n tien jaar geleden in de stad was gekomen, die in z?n werk de nodige oefening had gedemonstreerd, en die was vergiftigd, (25) met twee knechten die (met hem) waren meegekomen (en) die had gezegd: ?Ik ben u erkentelijk, | gewaardeerde leermeester, voor alles wat u me hebt verteld over hun smeerlapperijen. Want ik zal goed op mezelf passen, terwijl ik met hen gemene zaak heb gemaakt, en hun onwetendheid heb ontmaskerd, door (daar zelf) bezig te zijn, zal ik die grote, volkrijke stad verwisselen voor een dunbevolkte, een kleine, waarin wij elkaar allemaal kennen, hoe we zijn opgevoed, hoe we tot bezit zijn gekomen, aan een (bepaalde) wijze van leven. Daartoe overgegaan [zijnde] heb ik niet overwogen om hun onbeschaafdheid en hun misdadigheid te weerleggen.?

Pag.94/Reg.1: Maar de jongeman over wie ik het eerder had: ik ging dadelijk bij hem langs en ik zei dat hij op de eerste dag ? de van te voren bepaalde dag van de genezing van de ziekte, zoals ik (ook) bij Eudemus had voorspeld ? (diedag dus) een aanval van het paroxysme van de vierdedaagse koorts zou krijgen ? (die jongen dus) nam ik aan en behandelde ik. Nadat ikmdoor jou in consult was genomen [medische term :?��� .. zie παρακληθείς ], behandelde ik | een man van Charilampas (een kamerheer) zoals alle Grieken hem tegenwoordig noemen, (ook wel) bodygard, zoals de overdreven beschaafd (sprekende) Atticisten[noot! oud-historisch ] zeggen, voor een verwonding aan de zenuwen, [wat is dat voor een antieke dokter precies? ] omdat geen van de aan het hof verblijvende artsen in staat was dat te doen(?).

En na hem in de Sandalen makers straat (de) retor Diomedes, van wie zelfs niet de meest zelfs niet de meest vermaarde (artsen) aan het hof de status van het physiek konden vinden, maar door het tegengestelde van wat gepast was de therapie bedreven [medische term in het Nederlands: de therapie doorvoeren?] Maar nadat ik enkele dagen voor hem had gezorgd, genas ik uiteindelijk (zijn) chronische aandoening. En toen de zomer een feit was, deed ik bij de meest vooraanstaanden in Rome voorspellingen en behandelingen die alle lof verdienden, en door iedereen werd (erover) geroepen, zoals je weet, en de naam van Galenus was groot. Samen met de reom nam (ook) de afgunst toe bij degenen die meenden iets voor te stellen, en (bij) degenen (die) zeiden dat ze in elke sector van het vak door mij te zijn verslagen. (Reg.16) En ze vlogen door de stad, de een over dit, de ander over dat roddelend; en zeiden: de een dat ik op goed geluk deze of gene had genezen, door in m?n overmoed een therapie toe te passen, [weer die med. term in het nederlands; zie boven Reg.8 e.v.] de ander dat de voorspellingen op grond van zienerskunst, maar (καί) niet vanwege medische kennis kwamen. Daar kwam nog bij wat ik voor het onderzoek bij de Sto�cijnen en de Peripatetici had gedaan, waarvoor Boethus nog het materiaal had verzameld. En daarna (had je) het geval van de vrouw van Justus, van wie ik uitvond toen zij wegkwijnde zonder te tonen aan welk lichaamsdeel zij leed, dat zij niet alleen verliefd was, maar ook op wie. Hoe ik daarachter kwam zal ik je over een tijdje eens vertellen. (24) Degenen die aanwezig waren bij het debat tegen de Stoicijnen en de Peripatetici en enkele andere(n) [met hen] [van] [de] artsen en filosofen zal ik je eerst (wel eens) opdissen waar dat begon (27) (dat) doornemend, opdat stel dat (ει και) je een van zulke verhalen waard (vindt) te delen: om de hele opeenvolging van de gebeurtenissen te zien; en dat je niet zelf al je tijd kwijt bent met alles te vertellen wat ik allemaal door het medische vak,en in de snijzaal, en de bijkomende discussies heb gedaan om die achterdochtige dokters en filosofen te weerleggen. Want door heb beschimpt kwam ik daarop, omdat Homerus mij heeft geleerd: ?Een man (moet) zich verdedigen wanneer erst eimand boos wordt[ουπώ χερσι πεποιθα] de bijeenkomst met hen begon op zo?n manier. Reg.5 Je weet toch wat een liefhebber van kunsten en weten schappen Flavius Boethus, de oud-consul[oud-historische noot hier!] was. Hij had als leermeester Alexander van Damascus in de Peripatos, die in Plato, maar nog meer in Aristoteles thuis was. Toen hij mij dus uitnodigde om door middel van anatomie uit te leggen hoe (de) ademhaling en (de) stem ontstaan, zette hij verschillende boekjes en varkentjes gereed. Ik zei dat de anatomie van apen helemaal niet nodig is, (Reg.13) omdat die beesten niet alleen precies dezelfde bouw hebben als die dieren, maar ook als bijna alle viervoeters. Alle (dieren) die een krachtig stem(geluid) hebben, zijn geschikter om overtuigende statements

te geven met het oog op het bewijs van wat toevallig aan de orde is. Nu waren er bij de demonstratie i.v.m. de anatomie, die op het punt stond te worden gegeven, ook enkele anderen, daaronder ook Hadrianus de Redenaaar, (16) die (toen) nog geen sofist was, maar nog volgeling van Boethus, en Demetrius van Alexandri�, een vriend van Favorinus, die op staatskosten [niet vertaald door Nutton] elke dag een voordracht hield naar de voorstellen (en) op een idee van Favorinus. (19) Toen ik, voor hijvan start ging, zei dat ik zelf aan (kon) tonen dat wat er duidelijk is bij anatomen (ook) tot een conclusie leidt, (21) maar deconclusie hoopte ik niet van mij alleen, maar ook van anderen (en) meer (nog) hoopte ik dat de leraar Alexander (dat) kon, alle anderen lieten (die) redenering als redelijk toe, waarbij ze de eer aan Alexander lieten en meteen ( ? ) dat de aanmoediging tot het hele samenzijn zonder competitie zou leiden.

Pag.26 / Reg.25: Want je weet dat Alexander wegens dit zwakke punt (πάθος) bij iedereen bekend stond, zoals hij ook toen duidelijk maakte. Want ik had een demonstratie beloofd van de fijnste zenuwen [medische term ?νευρον][niet bij L.-S. νευριον ?] dat (die) twee aan twee haarachtig in de spieren van het strot (tenhoofd) zijn ingegroeid, de ene (helft) aan de linkerkant, de andere aan de rechterkant, waardoor zij met een strop uit elkaar waren gebonden, of afgesneden (om) het beest stom te maken, waarbij noch het leven beschadigd wordt, noch de functionele output zei Alexander (die) het woord nam ?voordat ik (iets) had laten zien? Reg.5: Als we [lett. men] het met jou eens zouden zijn: op wat voor onze waarneming duidelijk is, dan moeten we je geloven?. Toen ik dat had gehoord, liet ik hen gaan en vertrok ik, terwijl ik duidelijk maakte dat ik me had vergist door te menen dat ik niet naar die heikneuters kwam en evenmin in hun buurt zou komen. Reg.9: Toen ik was weggegaan spraken de anderen heel lelijk van Alexander [Wie is dat toch? Kijk ns in deel 20 van K]nl. Hadrianus en Demetrius, die altijd vijandig stonden tegenover zijn afgunst, hadden (nu) een acceptabel uitgangspunt om hem heftig te bekritiseren. Reg.11 Maar toen dit bij alle tekst verklaarders [chk. P-W] die in Rome zaten bekend werd, zowel bij Severus als bij Paulus als bij Barbarus bekritiseerden zij (hen) heftig, en zij eisten dat de secteis zouden plaats vinden als zij er zelf bij waren (en) als zij alle mensen die in de geneeskunst en de filosofie naam hadden gemaakt op een endezelfde plek hadden verzameld. Toen de bijeenkomst verschillende dagen had geduurd, en toen ik had aangetoond dat het inademen plaats vind doordat de borstkas uitzet, en het uitademen als zij zich samentrekt; en toen ik duidelijk had gemaakt dat ook de spieren waaronder zij uitzet en zich samentrekt [?wat is het subject van uitzet en samentrekt ?] en bovendien (dat) de zenuwen die daaraan vastzitten, die de (uit)stroom uit het ruggenmergmaken, en dat de onge dwongen stroom van de adem naar buiten toe een geluidloos uitademen veroorzaakt; maar dat de andere (stroom) met geweld gepaard gaat (en) met geraas, die wij uitademen noemen. (23) Nadat ik had aangetoond dat zo?n (stroom) (op z?n eentje) via de uitweg door het strottenhoofd ten gevolge van het kraakbeen op die hoogte getroffen wordt (en) het stemgeluid teweeg brengt, en dat dat (=dat kraakbeen) door spieren in beweging wordt gebracht, en dat de (zenuwen) die hen in beweging brengen, als ze verzwakt [worden] stemloosheid ten gevolge hebben (?) En zij spraken onzin toen ik dit had aangetoond, omdat zij allemaal weerlegd waren. (Maar) Boethus vroeg mij om aantekeningen hiervan. (28) En nadat hij om vakbekwame stenografen had verzocht, suggereerde ik alles watP.100/Reg.1: werd getoond en gezegd zonder van te voren te hebben gezien of hij het aan veel mensen zou (door) geven. En tot nu toe, Epigenes, niemand het tegen te spreken, ook al waren er in de tussentijd vijftien jaar verloren, om dat alleen te horen, zoals ze (dat) (steeds) tegen hebben gesproken, zonder dat ze het met hun geleerde vrienden tot een proces hebben laten komen met hun geschriften.

(Reg.7) Rest mij nog jou zoals beloofd uiteen te zetten welke visie ik aan het huidige betoog moet toevoegen, speciaal omdat enkele geleerde dokters niet opde hoogte waren met welke redenering Erasustratus achter de affaire van de minnares van zijn vader kwam; hij schreef dat hij vond dat de aderen van de jonge man hevig erotisch klopten, (11) terwijl zij het niet meer waagden te zeggen dat het (geval) door de pols was ontdekt [en dat het van de minnares van zijn vader was]. Hoe Erasistratus daarachter was gekomen kan ik althans niet zeggen; hoe ik het zelf heb ontdekt zal ik je nu wel vertellen. |

p.100/Reg.15: Ik werd voor een visite bij een vrouw geroepen [επισκεψις = visite, visitatie]omdat ze naar eigen zeggen [ώς] ?s nachts wakker lag e zich van de ene zij op de andere wierp. Maar toen ik vaststelde dat ze koortsvrij was [hoe zegt een dokter dat? Zo?] hoorde ik (haar) uit over alle gebeurtenissen, stuk voor stuk, vanaf het moment dat wij wisten dat zij slapeloos was. Zij gaf ternauwernood antwoord, of helemaal niet, en tenslotte draaide zij zich om en kroop met haar hele lichaam onder de dekens, die ze over zich heen trok en [met] een klein lapje van Tarantijnse stof over haar hoofd, zoals mensen (doen) die de slaap genieten. (EindePag.100.Reg.22) Toen ik [dus] wegging, dacht ik dat zij | (P.102.Reg.1) leed aan een van de twee {wordt vervolgd: jan-feb 2004}


VERTALEN GALENUS.07


De Praecognitione

p.102 ? 120 N.

14/631 K.

sstnd:14.02.04

Toen ik [dus] wegging dacht ik dat zij (p.102/Reg.1) leed aan ��n van de twee: of een melancholieke ?bui?, of omdat zij ergens bedroefd over was, en niet op wilde biechten wat. Ik stelde dus een nader onderzoek uit tot de volgende dag, en nadat ik op weg was gegaan, hoorde ik eerst van de huisslaaf dat het onmogelijk was haar nu te zien. Reg.4: Toen ik voor de tweede keer verscheen kreeg ik hetzelfde te horen. Ik kwam voor de derde keer terug. Toen de dienstmeid mij had gezegd dat ik weg moest gaan, en dat mevrouw niet gestoord wilde worden, en toen ik wist dat zij toen ik was weggegaan, zich had gewassen en normaal (iets) tot zich had genomen, kwam ik de volgende dag, en na met de dienstmeid alleen over ditjes en datjes te hebben gesproken, kwam ik er op overtuigende wijze achter dat zij aan een of ander verdriet leed, waar ik bij toeval achter kwam, (10) iets wat meen ik ook Erasistratus was overkomen. Want het feit dat door mij was voorzien, dat zij aan niets lichamelijks leed, maar dat de vrouw een psychiatrische stoornis had, (dat) kwam zo uit (dat) dat door de vrouw op het ogenblik dat ik naar haar keek werd bevestigd. [na τούτο moet een punt in de tekst] Er was iemand (13) uit het theater gekomen, die had gezegd dat hij Pylades had zien dansen. Want bij haar was zowel de blik veranderd, als de kleur op haar gezicht. [En] ik nam dat waar en legde mijn hand op de pols van de vrouw. (16) Ik stelde vast dat haar pols in alle opzichten afwijkend was, [medische term voor καρπος en σφυγμός = pols resp. polsslag ?]wat aangaf dat haar geest in verwarring was gebracht. Hetzelfde [er staat masc. ό άυτος] over komt ook degenen die zich meten in een zaak. (18) De volgende dag had ik dus tegen iemand van mij die met me meeliep, toen ik naar de vrouw was komen kijken, (hij) mij even later kwam vertellen dat Morpheus die dag zou dansen in het theater. Toen hij (dat) vervolgens vertelde, vond ik de pols onveranderd. (22) Evenzo ook de volgende dag op rij, liet ik (haar) bericht geven over de derde danser. Evenzo bleef de polsslag onveranderd. [Weer σφυγμός voor polsslag] De vierde avond stond ik op scherp en lette sterk op, (en) toen het bericht door kwam dat Pylades zou dansen, stelde ik vast dat de pols toen ik hem zag meteen op velerlei manier onrustig was, zo verliefd was de vrouw op Pylades; en dat werd nauwkeurig door ons bewaakt de volgende dagen (en ) het werd degelijk bevestigd gevonden, zoals ook in een ander geval een huisslaaf van rijke mensen, die op dezelfde manier gediagnosticeerd werd [medische term? εγνωσθη > γιγνομάι ] Reg.29 Hij had hinder van het (feit dat hij) rekenschap af moest leggen (van dingen) waarvoor hij verantwoordelijk was, waarbij hij wist dat er een groot bedrag ontbrak. Door ?zorgen? lag hij wakker, en omdat het hem dwars zat werd hij mager. Ik deed een goed woordje bij zijn meester (en zei) dat er bij de oude heer niets lichamelijks viel vast te stellen [σκέφασθαι ]. [Dus] raadde ik hem aan dat hij (de slaaf) doodsbang was als hij kwam, als hij verantwoording zou vragen waarvoor hij verantwoording had, (pag.104/Reg.1:) en dat hij daaronder leed, wetend dat er (bepaald) geen gering bedrag gemist [λείπον] zou worden. En toen hij zei (Reg.2) dat ik dat fraai had ingeschat, gaf ik hem de raad om vanwege een goed onderbouwde diagnose tegen hem te zeggen dat hij (moest) zeggen hoeveel geld hij beschikbaar had, tenzij hij op de een of andere wijze door zijn leven plotseling te be�indigen (en) het beheer zou worden afgewisseld, zodat het op de een andere slaaf zou overgaan, zonder dat hij de proef op de som had genomen. Want dat hij (het) van h�m niet nodig vond om rekening en verantwoording te vragen. En dat meneer dat met hem had afgesproken, in de overtuiging dat hij (=de ander) niet zou worden verhoord; en daardoor raakte hij op de derde dag vrij van pijn (en) herstelde zijn lichaam zich op natuurlijke wijze. Reg.9:Wat is die vroegere dokters dan ontgaan als ze [de] eerder genoemde vrouw en de boven genoemde huisslaaf onderzochten?[medische term ?Nederlands .. έπισκοπέω ? onderzoeken] Reg.10: Want met

gemeenschappelijke afleidingen ( ? ) worden dergelijke (resultaten) gevonden, zelfs als men (τις) maar geringe kennis van de medische wetenschap had. (12) Ik meende daarom dat zij geen (enkele) diagnose hadden (van lieden) wier lichaam

steeds weer gewoon was te lijden onder wat de ziel werd aangedaan, maar misschien ook niet dat zij door de (wed)strijd en de angst(en) de ziel plotseling in verwarring brachten (en) de pols [lett. de polsen] verandert. (Iets) waar Erasistratus van op de hoogte was, aangezien de vrouw aanwezig was in (?) hetzelfde huis als de zieke (jongeman) (en) hij uitvond dat hij (de ander) vrolijker was, dat zij meer achtereen kon worden gezien door [ ΰπο ] de jonge man, (18) niet genoemde meerdere dagen zoals Pylades, die zelfs toen niet verscheen, maar toen hij werd gehoord de vrouw tot opwinding bracht. (20) Dus is een pols die door Eros wordt opgejaagd grote kletskoek, van lieden die niet door hebben dat geen enkele pols significant [medische term δηλωτικός = notificatory L.-S. Nederlands :�� ?. ? ]is voor verliefdheid, maar dat, als de ziel in verwarring gebracht is, bij onverschillig wie, soms de pols verandert, (maar) noch de natuurlijke balans, noch hij (de pols) zijn regelmaat herstelt. (24) E�n feit voeg ik voeg ik daaraan toe, waarbij Boethus ogenblikkelijk uit het veld was geslagen, maar toen hij hoorde hoe ik (?) [in de tekst staat hij; maar N. vertaalt ik ] het ontdekt had, zei hij dat hij zich niet meer verwonderde, maar de theorie van lieden die niets wisten, veroordeelde, als (die) van domkoppen, kom ik (nu) op iets anders.

(Reg.27): Want de andere zoon werd ziek, genas vervolgens weer [en] de ziekte kwam terug., zij nam vervolgens af, en daarna weer kreeg het kind koorts. En toen ik zei dat hij in het geheim zat te eten ? want dat was wat hem werd verstrekt in (alle) openheid met het oog op het verschaffen van het benodigde, kwam in kwaliteit overeen met de hoeveelheid ? zette hij de moeder van de jongen op wacht, nadat ze had beloofd dat ze scherp op hem zou letten, en de hele (Pag.106/Reg.1) dag bij hem zou zitten, en diegenen die bij hem wilden komen, af te houden, (2) nadat zij zich in zijn huis, dat nauwkeurig aan de binnen(kant) door haar was afgegrendeld, ter ruste had gelegd. Maar toen hij vier dagen lang zo was bewaakt, kreeg hij ?s nachts koorts. Maar Boethus, die mij engageerde en (mij) meenam, bracht (me) naar het huis bij het kind. En ook gingen met hem mee degenen die we onderweg tegenkwamen, waarbij jij ook was. Reg.6 Ik stelde vast dat het kind al met z?n moeder was meegenomen naar een andere kamer, waar ook een bed was, waar de moeder van het kind [op] was gaan zitten. [Er was] een veldbed verbonden een stukje lager in het midden [ervan], waar ze het kind had neer gelegd, en zij lette erop dat niemand bij hem kon komen. (10) Er stond ��n stoel ? (bij) het veldbed, zowat in het midden, bij haarzelf ? recht tegenover het veldbed, bij de bovenranden van het bed. In een rij (naast) elkaar lagen twee treden, waar (13) Boethus ons liet zitten, terwijl hij zelf bij de vrouw zat. ?Ik heb? zei hij ?Galenus hier meegebracht om jou te [laten] horen van de verscherpte bewakingdie die dagen is ingesteld, opdat er niets met z?n leefregel zou misgaan. (16) Nadat ik had gekeken of (de jongen) ?s nachts werkelijk koorts had, of dat jij me zei dat hij warmer was geworden, en jij de zaak door lafheid verkeerd had beoordeeld, omdat je aannam (ώς) dat de warmte misschien door andere oorzaak [een] koorts (Reg.19) was geworden, opdat (Galenus) ons op verstandige wijze duidelijk zou maken en tegelijkertijd jou (chk. Grieks) alles over zijn leefwijze duidelijk zou instrueren. (Reg.21): Toen ik dus de arterie [medische term ? Nederlands equivalent: ? ?distinct from the vein? D.] van de jongen ter hoogte van de pols had gevoeld, zei ik dat hij koortsvrij was, en dat (het geval) mij een bron van spot verschafte bij degenen die mij ziener noemden. (23)Boethus (mij) in de rede vallend zei: Heus, ik ben zoals je weet gewoon tegen hem te roepen dat jij een ziener bent, wanneer jij zoiets beweert waarvan je concurrenten stellen het onmogelijk is dat dat door [de] beschouwingen van de geneeskunst bekend wordt.Maar jou heb ik tot nu toe alles laten zien wat door medische bespiegeling uit te vinden is, en door welke dokters daarover is geschreven. Jullie deden mij allemaal het verzoek om nu een voorzegging te doen. (29) Ik voor mij door jullie verzocht heb nog eenmaal toegegeven om de jongen de pols te voelen. En toen ik dit had gedaan, zei ik: ?Je zult (me) verzekeren, beste Boethus, dat niemand mij, als ik met je meekom, wanneer wij langs de hele weg een gesprek voeren, (iemand) op me afkomt die zal zeggen dat het getuigenis is geopenbaard.? (33) Toen hij dus zei dat hij zou getuigen, [wat bedoelt hij hier met getuigen?]weet je hoe ik moest lachen, (en) ik jullie aanspoorde om op te letten en te luisteren naar het orakel van de profeet, ik zoiets als nu volgt zei: ?Voor Cyrillus hier was een en ander aan eetwaar in deze kamer verstopt, met de bedoeling dat als zijn moeder naar het toilet ging, en zij de kamer afsloot en voor de duidelijkheid de sleutel in het slot stak ? want ik hoor dat zij dat telkens deed ? haar zoon het verstopte (voedsel) te voorschijn haalde en het zo opat.?(7) Toen Boethus dat hoorde, sprong hij op het kind af, greep het beet, en toen hij het meegenomen had naar het bed, liet hij het veldbed opruimen, en probeerde [hij] het verstopte (voedsel) meteen voor den dag te halen [wat is ώς hier?]

Maar toen alle dekens en onderlegger door hem waren uitgeschud, schudde hij in enen door het kussen uit, en dan inspecteerde hij met een vloek de stoel, opdat daaronder niets verborgen zou blijken. En toen er weer niets voor den dag kwam, nam hij het jongetje van het bed mee naar het veldbed, haalde het hele bed af en liet het weer uit elkaar halen. En lachend zei hij: ?Wat zegt de waarzegger?? ik verbaasde me (om-)dat hij niets vond op plaatsen waar hij dacht dat er iets | verborgen was. Het enige wat niet doorzocht werd, omdat niemand vermoedde dat daar iets in zat wat gezocht werd, (dat) pakte ik op en schudde eraan. (17) Dat was in elk geval een klein (voorwerp) van z?n moeder, een fijn Tarantijns kleed, dat op de stoel lag. Toen het kleed was uitgeschud, viel er een stukje brood uit, dat daarin zat gewikkeld, en rolde op de grond. En jullie hieven grotelijks geschreeuw aan, moesten lachen samen met Boethus, en prezen de voorspelling. (21) Boethus lachte dus meer dan alle (anderen) (en) vroeg zich af hoe (de) pols (zo) duidelijk kon maken zelfs als het eten verstopt was, maar toch dat er door het kind zou worden gegeten (dat) verklapte (hij) als de moeder naar het toilet was. (24) Verder zei ik tegen hem: ?Zeg, spitse vogel, niet omdat de pols dat heeft bewezen heeft Galenus dat voorspeld. Want nadat de deur voor lange tijd zorgvuldig was gesloten, was het niet moeilijk te getuigen ( ? ) dat het kind zonder vrees aan z?n eten kon komen, maar ook berichtte de pols mij niet(?CHK) dat er iets was verstopt (28) en dat het verborgene eetbaar was. Toen ik zag | dat hij (hevig) bewogen ( ? ) was, kwam ik erachter, net als bij de verliefde vrouw en de vreesachtige slaaf, dat de verwarring bij een psychische aandoening lag, terwijl de knaap after all koortsvrij was. (31) Toen ze mij daarnaar vroegen, waaruit ik misschien wel (ίσως) had geconcludeerd dat het verstopte voedsel (ook) eetbaar was (32), (Pag.110/Reg.1) luister dan ook eens naar het volgende: geen jongen zal de verwarring van de ziel als spreken in de rechtszaal of als worstelen of beoefenen van de veelkamp, of het uiteindelijk wijzen op de winst van lichamelijke of psychische aard, of ervan beschuldigd worden iets voortdurend tegen te houden.? Toen Boethus dat had gehoord, zei hij met een verwensing dat (εί) geen van de [zeer bekende] artsen de zeer bekende geneesmiddelen kende. (Reg.5:) Want het is heel duidelijk dat ook zij zelf nooit dergelijk werk hebben laten zien, en dat jij dat [αΰτα) allemaal meer op grond van het medisch handwerk zegt te doen. (Reg.7:) ?Zij wekken de indruk? zei hij, ?dat zij niet alleen in onwetendheid (over) wat voor iets de pols van mensen die zich opwinden is, maar zelfs niet als iemand van hen | bij toeval wist wat jij erbij had gecalculeerd , wat bovendien erbij kon worden geteld, noch door het verstandig laten groeien, noch door middel van onderwijs het vernuft te oefenen.? [er staat perfectum!](11) ?Maar (in) de werken van de slechte gewoonten? zei ik ?zijn zij (zeer) bedreven en knap.?

Par.8 Van hem, beste Epigenes, houd ik jou zelf als getuige, maar heel anderen (houd ik tot getuige) voor vele andere dingen die door mij allemaal tijdens mijn eerste verblijf (in Rome) [hier een noot: chronologisch] zijn gepresteerd, en heb jij (dat) zelf gehoord van degenen die door mij zijn behandeld (en) is er echt ��n verbazingwekkende (prestatie) verricht, waarvoor de meerderheid van de dokters mij totnu toe niet alleen verteller van wonderen hebben genoemd, maar wat ook veroorzaakt heeft dat ik wonderdoener werd genoemd. (18) Want de vrouw van Boethus leed aan (een) zogenaamde fluxus (en) aanvankelijk schroomde zij de meest befaamde artsen, waarvan ik er volgens velen tenslotte ��n scheen te zijn.Maar zij wendde zich tot de goed bekend staande [lett. befaamde en beste] vroedvrouwen in de Stad. (21) Maar toen [er] niets hielp, riep Boethus ons allemaal bijeen om te zien wat er te doen stond. En toen men het [erover] eens was [om] alles te doen [wat] volgens de door Hippocrates en de beste dokters na hem beschreven therapie, en toen hij (24) het goed vond dat ik constant zou (toe)zien op de vrouwen die haar ten dienste stonden en daarbij het materiaal (ύλας) van de hulpmiddelen ten dele met het oog op de visie in z?n totaliteit in het oog te houden, met als hoofdzaak niet alleen het gebied van de baarmoeder (=27) te drogen, maar ook het lichaam in z?n geheel (Reg.28; slot van Pag.110 bijna)) samentrekkende zalven aan te brengen [pharmac. term]

op [de] typisch vrouwelijke plekken: zo deed ik [έποιουν chk!] dat.

Pag.112/Reg.1: Maar toen zich dat zo voordeed, en haar toestand de verkeerde kant opging, kwam er ? zoals logisch is ? een hulpeloosheid over ons; en zochten zij! naar een andere methode van behandeling waarop we (konden) overgaan. (4) Maar noch op grond van een therapie kon iemand iets vinden, noch herinnerde iemand zich iets van een experiment, (een behandeling die) beter was dan die waarover de beste dokters het eens waren. (5) Op dat moment werd er ook een verdikking zichtbaar, die nogal leek op [de heuvel] die ontstaat bij zwangere vrouwen, waarvan enkele vrouwen die haar verzorgden meenden dat het echt op (8) zwangerschap neerkwam, waar zeker geen van de andere artsen van overtuigd was. Want de kenmerken van de afscheiding van de vrouwelijke fluxus weerspraken die mening elke dag ( ? )Van de vrouw [waarom genit? Gen absolutus?]Reg.10 die op haar dus paste van wie wij geloofden dat zij voortreffelijk was, en die al het mogelijke deed in de aanname (ώς) dat zij zwanger was, (ook) in bad deed, en het elke dag (als het?) (chk) zo uitkwam dat in kamer ��n van het badhuis, de hevigste barenswee�n ontstonden, zoals zich bij vrouwen die baren plegen voor te doen, (en) dat zij een waterzuchtig [medische term ? zie ook Durling ] vocht liet lopen, zoveel dat de vrouw in katzwijm viel (en) het badhuis uit werd gedragen. (15) Toen de (vrouwen die) haar bijstonden gingen gillen en rumoer maakten, maar niemand haar voeten of handen of de toegang van de maag, die ze naar gewoonte ook stomachos noemen, (ging) masseren,stond ik toevallig voor de buitendeur van het badhuis, (en) toen ik haar hoorde, sprong ik naar binnen, en toen ik had gezien dat zij flauw was gevallen, nam ik welriekende nardusolie (en) wreef haar maag, de aanwezige vrouwen opdracht gevend om niet voor niets te staan te schreeuwen, maar de een om haar voeten op te warmen, de ander (haar) handen, en nog een paar om haar reukstoffen via de neus toe te dienen. (Reg.22)

Daarop brachten we haar vlug weer bij. De vroedvrouw verheugde zich geweldig, omdat de maag zich bij de ontlasting [medische term: κενώσις ? Nederlands ? ] had | gesloten, niet zozeer omdat zij zich had vergist in haar mening over het bevallen, maar omdat ze ons had tegengesproken, omdat we niet op hun uiteenzetting hadden vertrouwd, omdat zij wist dat wij op wetenschappelijke wijze de zaak hadden benaderd.

(27) Omdat ieder (van ons) in onzekerheid verkeerde wat hij moest doen, en (hij) noch volgens dezelfde benadering als vroeger de vrouw (wilde) genezen, (en iedereen) zich overmoedig gedroeg, en ook niet op een andere (methode) overging, kwam ik, toen ik daar ?s nachts over lag te piekeren, op het volgende.

(Slot.Pag.112/Reg.29)

Pag.114.Reg.1: Toen zij, zoals ik al zei, een flauwte kreeg [Waar zegt hij dat? Verwijs naar de vorige pag.] en toen ik zei dat de vrouwen niets bijdroegen als ze (maar) stonden te schreeuwen, en ikzelfgeurige nardusolie in handen nam, en (dat) ik de toegang van de maag en het onderlijf masseerde, ik mij herinnerde dat ik in die streek een zo grote zachtheid van de spieren in het onderlijf vond, zodat ik dus in het begin vrij krachtig die delen (op)wreef, en ze onderscheidde, terwijl ik bang was dat ik (6) het vlees zou kneuzen (en) een deel loodkleurig zou maken, maar van geweld afstand nam. Reg.7: Want als je uiteindelijk wilt vergelijken [Nutton] lijkt het sterk op melk, wanneer die stremt en kaas wordt, maar niet echt hard, (en dit) kwam mij allemaal bij dit onderlijf onder ogen. (10) Van het feit dat de mateloze vochtigheid droog werd, omdat de aandoening vochtig was, hebben wij allemaal een uitspraak gedaan hoe zich dat verhield, maar om de ommekeer van de ziekte uit te vinden, niet door het opdrogen van de materie alleen, maar ook door het opwarmen, opdat het lichaam niet zou wegkwijnen, [lett. smelten]ten prooi als het was aan overmatig koude vermenging. [hier een voetnoot over κρασις]�� 13/14 En het meest wanneer wij op de zomerdag op een gunstig moment het tegengestelde deden, door haar in (het)warme zand van de zee neer te leggen. Toen ik het ene en het andere meer gemeenschappelijke vergrijp, gerekend over het merendeel van de aandoeningen, die zich telkens voordeden, door de dokters die het overtollige leeg maakten, opdat niet (iets) zou worden verwekt dat ongeveer even groot was als de dingen die overbleven, bedacht ik dat de bedoeling van de leefwijze werd gemaakt door een heel klein drankje en een massage van het hele lichaam, en verder van een zalf die zo was klaar (Reg.20) gemaakt, niet door middel van |

pek en hars, maar alleen door honing, tot het meegekookt was, (en als iemand was flauw gevallen in die mate dat het nabij kwam aan de zomer [dat het] door de bronnen voor water. (23) Maar zoals ik erachter kwam dat het beter was het overtollige vocht door de huid heen te verspreiden, het op dezelfde manier met urine?bevorderende geneesmiddelen naar de blaas te leiden, en het ook door de onderbuik af te voeren. (26) Nadat dit [door mij] in [de] ongeveer zeven achtereenvolgende dagen na de overvloedige afscheiding geprobeerd was, (dagen) waarin Boethus ons allemaal afzonderlijk zowel als gezamenlijk uitnodigde om een (bepaalde) wijze van behandelen in ogenschouw te nemen, nam ik hem apart, weg van de aanwezige slaven en vrienden, voor mezelf bij het huis, (en) voerde als volgt een gesprek met hem: (Reg.30) ?In niets? zei ik ?tot op de huidige dag, zelfs niet op ��n punt heb ik gefaald, op de hoogte als ik was(31) van het medische handwerk, [medische term:? έργων .. ] als je toegeeft bij jezelf te onderzoeken alle tien dagen dat ik die wil doen ( ? ) met jouw vrouw. En als het telkens beter gaat ( ? )(33) Slot Pag.114,/Reg.33

pag.116/Reg.1zal ik je daarna toestaan bij haar andere zodanige gevallen toe te passen. Maar zo niet dan zal ook ik [me] uiteindelijk van haar scheiden. Nadat (3) hij het met mij voldoende eens was geworden, leegde ik [medische term: έκενωσα =? ? purgeerde ik (?) ] (haar) met een hydragogisch middel door het onderlijf. Daarna gaf ik haar water te drinken (5) waarin hazelnoot en selderij waren gekookt. Maar nadat in de eerste dagen, toen er twee voorbij waren gegaan, er zich niets van een fluxus voordeed,gaf ik haar de derde dag weer (van het middel) door haar onderbuik, dat de stroom die normaal naar de schoot loopt, leeg maakte, [medische term: purgeerde ? zie boven (4) ?. ? ]waarbij ik wilde dat het niet alleen door haar urineleiders, maar ook door haar onderbuik werd afgeleid. (Reg.9) En daarna zalfde ik (haar) elke dag met honing, en masseerde (10) haar lichaam, eerst met zeer zacht linnen, vervolgens [ook] met zeer hard (linnen), en ik gaf (haar) vlees van bergvogels [lett. vogels die in de bergen voorkomen] en klipvis [lett. rotsvissen]. Maar toen door die dingen, nadat vijftien dagen van behandeling waren verstreken, zich in het geheel geen kenmerk van de aandoening voordeed, Boethus inzag dat ik meer had gepresteerd dan ik had beloofd, (N.) |(14) vroeg hij (me) om haar toestand tot het einde toe uit te behandelen en (hem) voor de verdere tijd te adviseren, opdat ze niet op dezelfde wijze ziek zou worden. Maar toen, na verloop van ��n maand, zij haar gezonde kleur (terug) had, zodat zij niets miste van haar natuurlijke conditie, en de fluxus niet terugkwam, zond hij me vierhonderd goudstukken, maar vergrootte de afgunst van die ras-dokters, bij wie hij toevallig over mij hoog had opgegeven. (20) Overigens, zelf was hij bereid, zoals Severus, om (feiten) over mij aan [de] keizer Marcus Aurelius Antoninus, die zich in Rome bevond te vertellen. (22) Lucius was immers weg uit de Stad vanwege de Parthische oorlog, die was uitgebroken onder Volagaesus [hier een historische aantekening? ? ]

Cap.9/Reg.24:Ik nu, toen ik hun aandrang zag en vreesde dat ze (het) iets eerder, ik (dan) zou worden afgehouden van de route naar Asia, en gaf ik de aansporing om een korte tijd pas op de plaats te maken [έπισχειν→ έπεχε Bodoh] (26) Want ik zei dat ik hun het geschikte moment zou zeggen, wanneer ik wilde dat het zou gebeuren. (27) En toe ik dus [nu] vernam dat de opstand was gestopt, vertrok ik onmiddellijk uit Rome, zogenaamd omdat ik naar Campani� moest, terwijl ik ��n slaaf achterliet om op de woning te letten, aan wie ik had opgedragen om uit te kijken naar een schip dat uitvoer naar Asia (en) op ��n dag een koper uit Sibura aan trekken [om (het) te verkopen, en dat met ?] | Slot/Pag.116/��

Pag.118/Reg.1: om (het huis) te verkopen) en onmiddellijk te vertrekken, en in te schepen naar Sicili� (en zo) het vaderland te bereiken. Dit werd iets later gerealiseerd. (2) Ik geraakte naar Campani�, vervolgens haastte ik me naar Brindisi. Toen ik daar was aangekomen bepaalde ik het eerste schip dat koers zou zetten voor de oversteek naar Durazzo, [geografische noot: ? ?�� ]of Griekenland, bevreesd als ik was dat een van de zeer machtige mensen of zelfs de keizer mijn uittocht als [een] desertie zou opvatten (en) een soldaat zou sturen om mij naar Rome te ontbieden. Zo voer ik na ��n dag naar Cassiope. (8) (Mijn) vrienden in Rome die mij zochten (en) die navroegen bij de achtergebleven huisslaaf waar ik toch was, en die hoorden dat ik in Campani� verbleef, (11) kregen eerst argwaan over wat er de afgelopen tijd was gebeurd, maar omdat ze noch mij noch mijn man in Rome zagen, [historische noot: Wie is hier bedoeld? ? ]begrepen dat ik had gedaan wat ik vanaf het begin had gezegd. (13) En toen werden allen die voordien niet geloofden dat het werkelijk mijn plan was geweest om Rome te verlaten met moeite overtuigd dat ik dat niet had gelogen, maar naar waarheid had gezegd. Maar nadat na niet lange tijd Lucius was teruggekeerd, stond | [hun] een begin van een andere oorlog voor de deur, die met de Germanen zou worden gevoerd. Maar toen er een gesprek ontstond van degenen die metterdaad of in woorden geneeskunst of filosofie demonstreerden, noemden niet weinigen uit de kring rondom hen mij als iemand die beschikbaar was. (20) Nadat zij de Stad al hadden verlaten om ten oorlog (te trekken), omdat ze besloten hadden de winter in Aquileiadoor te brengen, terwijl ze het leger in gereedheid brachten en samentrokken, ontboden zij mij met het bevel naar hen toe te komen. Maar toen Lucius midden in de winter het tijdelijke met het eeuwige verwisselde en zijn broer het lijk naar Rome begeleidde, en hem de laatste eer bewees, hield hij vast aan de veldtocht tegen de Germanen (25) en gaf ook mij het bevel te volgen. (26) Ik was echter in staat om hem, goed en (mensen)vriendelijk als hij was, zoals je weet, te overreden mij in Rome achter te laten. Want hij kwam in de kortste keren terug. (27) Gedurende de hele tijd van zijn reis [dus] herinnerde ik mij de welbekende boosaardigheid van artsen in de Stad (en) besloot ik haar te verlaten, nu hierheen

dan daarheen, waar ook zijn zoon Commodus, die door Peitholaus (chk.P.W.) was opgevoed, kwartier had gemaakt, om van de keizer Antonius ( -ninus?) zelf opdracht te |krijgen voor de zorg van het kind voor het geval dat het ziek zou worden. Omdat de keizer [lett. hij] tegen verwachting lang wegbleef in de oorlog tegen Germani�, (Slot.Pag.118/Reg.33)

Pag.120/Reg.1: schreef ik die hele periode veel verhandelingen op filosofisch en geneeskundig gebied die ik, toen de keizer naar Rome terugkeerde, aan mijn vrinden gaf op hun verzoek, in de hoop dat die alleen in hun handen zouden blijven. Want [ώς] als ik had geweten dat zij ze aan onwaardigen zouden hebben gegeven, dan had ik ze hun niet gegund. Ik bedoel (5) met ?onwaardigen?: alwie boosaardig van karakter is, niet omdat zij tot het lezen komen omwille van iets te leren, maar om bepaalde punten in diskrediet te kunnen brengen. In die boeken is de theorie van de prognose door middel van de pols en van andere prognostische tekens in haar geheel beschreven. Een prognose die ik deed bij Sextus, de andere zoon van Quintilianus, als je wat wilt opsteken uit welke theorie (de voorspelling) afkomstig is, een gemakkelijke prognose voor (iemand die) het geschrift ?Over de Crises? leest, getraind als je bent, van kindsbeen af aan, te redeneren in geometrie en dialectiek. Door de meerderheid van die dokters, zoveel als er afgestapt zijn van de praktijk in die onderwerpen, hebben zich aan smeerlapperij | overgegeven en hebben dat vak op die (manier) beoefend. Maar niets van wat er opgeschreven was kon tot inzicht leiden, of worden beoefend. (16) Sextus begon dus zeer ernstig ziek te worden, zodat hij de zevende dag niet zonder crisis zou kunnen doormaken. Een prognose [nu] die juist van deze (casus) (door mij) is beschreven in het commentaar Over de Crisis. [of staat er ?ses?]Daar is ook aangetoond dat de crisis dikwijls uitbreekt zonder getrouw en wel de kritieke dag af te wachten. Ik kwam (20) erachter dat dat[aan] Sextus de vierde dag kon overkomen, zoals ik eerder tegen Peitholaus, de huismeester die mij vroeg wat ik voorzag dat er zou komen, had gezegd. Want hij stelde zijn vraag toen hij al eerder van mij! [vertaalt N. niet! van mij] veel van de inzichten(?) had opgedaan, die voor de meest knappe artsen onmogelijk waren. (24) Ik antwoordde hem dus, terwijl ik in de lach schoot, dat de ziekte niet verder kon komen dan de zevende dag. (Dit) zou absoluut de zesde of zevende dag beslist worden. Dat als het de zesde beslist werd, de ziekte zou terugkeren. [wat is αΰτο hier?] Als het de zevende beslist werd, dan zou de crisis in (alle) hevigheid toeslaan. Het zou echter noodzakelijkerwijs een crisis zijn in de vorm van zweten. Maar toen de crisis op de zesde dag op die | manier afkwam, werd Sextus uiterst dwars, met de bedoeling dat hij mij in het ongelijk zou stellen. Omdat er geen ommekeer kwam, Slot Pag.120/Reg.29



VERTALEN GALENUS.08


nam hij dagelijks een bad, maar hij dronk geen wijn, ook nam hij geen voedsel tot zich, behalve gerstenat en niet mee dan dat, of met stukjes brood. Maar (3) dikwijls doopte hij ook zelf (het) brood in het water en had daar genoeg aan. Dat deed hij tot de twaalfde dag, (en) pochte daarover dat hij mijn voorzegging zou ontkrachten. [En] op de dertiende dag dronk hij een beetje water met wijn, en maakte daarmee ook het hele dieet een beetje zwaarder [lett. sterker] dan daarvoor, maar lette toch op (7) dat het (dieet) licht was. Maar op de dag volgend in rij op de veertiende vanaf het eerste moment dat hij het bed moest houden, begon hij koorts te krijgen, (en) verbood iedereen het mij te vertellen, omdat hij geloofde dat de koorts dat de koorts noch heftig zou zijn, noch dat die langer dan ��n dag zou duren. Maar toen er ��ndag verstreek, en (de koorts) veel heftiger werd, keerde Claudius Severus terug naar z?n eigen huis, dat dichterbij was dan dat van de ander, en hoorde dat hij (toch) koorts had, want hij was naar hem teruggekomen, (en) vond dat hij al hevig koorts had, vroeg hij eerst wat mijn menig was over de koorts, die de ander (αϋτωι) was overkomen.

Pag.122.Reg.16:

Toen hij van hem de waarheid vernam dat hij uit eerzucht niets had verklapt noch iemand had toegestaan naar mij door te lopen, maar [καί] opdracht had gegeven om mij erbij te roepen om op Sextus toezicht te houden en om daarna bijhem langs te komen. En (19) toen dat was gebeurd vroeg hij mij wat ik dacht over het terugkeren [medische term: ύποστροφή Nederla:?�� ?. ] [ zie ook D.]

van de ziekte. Ik antwoordde hem dus precies wat ik ook Sextus had voorspeld (namelijk) dat die (koorts)aanval na drie dagen over zou zijn, omdat de warmte van de koorts over die (dagen) voldoende was geweest, [medische noot: koorts is een verbranding die vanzelf uitblust] (22) en dat hij vervolgens [op] de zeventiende dag kritisch zou worden. Sextus, die mij gewillig had aangehoord, hechtte graag geloof aan de genezing die snel zou plaats grijpen. Want ieder die duidelijk wat wil, gelooft dat het ook zal gebeuren. (2) Hoewel het Severus moeilijk aan het verstand was te brengen dat Sextus wel zou genezen, vertrouwde hij mij wel. Toch geloofde hij (mij) niet op het feit [τό] van de dag waarop hij van de ziekte af zou zijn, omdat hij meende dat het lastig zou zijn |

zonder (het) af te wachten zelfs indien de volgende dag iets dergelijks zou afgeven over wat er op de vierde dag zou gebeuren. Daarom stuurde hij, in die stemming vroeg in de morgen (iemand) naar het huis van Sextus, (===Pag.124/Reg.1:)om te wachten en mij bij hem te brengen na de observatie die ik zou doen. [examination N.? medische term: Nederl.:?��� .. ]

Toen ik Sextus had gezien kwam ik naar hem toe. ?Herroep je (nu) wat je gister hebt gezegd?? zei hij, ?of blijf je bij je mening??(4) Maar toen ik nog sterker dan de vorige dag stelde dat ik hetzelfde poneerde, liet hij me na het ontbijt (5) weer komen (en) vroeg me weer of ik er vast van overtuigd was dat Sextus een crisis zou krijgen. [Medische term:? Nederlands: in een crisis zou raken? ]

Hij kreeg dus van mij te horen dat ik nog meer dan gister bij m?n standpunt bleef, (vroeg hij me) of we bij dezelfde mening bleven, bij wat eerder was gezegd, of dat ik een eindje was opgeschoven in wat ik (had) gezegd, kreeg hij te horen dat niets van die (feiten) in beweging was, maar dat ik nog iets had toe te voegen aan wat er was gezegd. (9) En hij vroeg weer: ?Wat is dat dan?? En hij (kreeg te) horen dat, nadat de zeventiende dag was verlopen, het zwe | ten was begonnen op (het) tweede uur van de nacht. ?Heb je dat toch ook aan Peitholaus verteld?? Ik zei dat hij (het) hem had gezegd en dat hij (P.) ervan overtuigd had dat hij niet zou falen in de voorspelling en de therapie. In elk geval (πάντως) zei hij had Pitholaus [CHK! Niet bij Pape-Benseler! Kijk in de PW!] het ook aan de keizer verteld. (14) ?Misschien? zei hij ?heeft die het verteld. Maar mij kan (mijn) reputatie bij dat soort lui niet schelen. Want ik loop

mijn voorspellingen en (mijn) therapie�n niet rond te bazuinen met de bedoeling dat artsen en filosofen mij nog meer haten, terwijl zij mij beroddelen als tovenaar en waarzegger en andere dingen meer. (17) Maar aan jullie vrienden, allen die de geneeskunst vanwege de onwetendheid van die lui hebben veroordeeld, (die) wijs ik op de kunst die Apollo en Asclepius waardig is, maar ik wijs erop dat die dokters haar [scil. de geneeskunst] in diskrediet brengen, zoals ook de filosofen de filosofie noemen (21) met een verheven naam die boven de filosofie uitgaat, terwijl zij een leven leiden dat niets beter is dan dat van de gewone man.?

Reg.23: Tegen Severus zei ik het volgende: ?Maar jij, Epigenes, had de boosaardigheid van bijna alle artsen wel door, die klaarblijkelijk bidden dat ik faal, terwijl zij de hele | dag door lieden sturen die moeten uitzoeken, en hun berichten wat er zal gebeuren. (26) Maar toen zij rond het zevende uur vernamen dat Sextus hoge koorts had gekregen [medische term: έπιπαροξυνθεντα: nederlands:?�� .. ]lachten zij (de dokter) uit en verheugden zich duidelijk en vertelden allen die aanwezig waren op spottende toon dat de formidabele voorspelling van Galenus op het tegendeel was uitgelopen. (29) Want zij wisten niet dat ik Severus en Peitholaus had voorspeld dat (zij) zouden zien dat het begin van de crisis ?s middags plaats zou vinden. Maar toen de crisis er was zoals ik de vorige dag had voorspeld (Reg.31/Slotp.124)

Pag.126/Reg.1: draaiden ze zich om en schaamden zich allemaal, en dat hoewel(?) de voorspelling niets verbazingwekkends had, (2) zoals ik je heb aangetoond in het Commentaar op het eerste Boek van de Epidemie�n en verder (in de) Verhandeling over de Crisis. (4) Die artsen echter presteren het niet alleen wat er is geschreven door de oude (heren) niet te kennen, maar ook [nog] de dagen na de zevende (dag) niet te tellen, en het meest als de zieke koortsvrij raakt, maar na de terugkeer [medische term: ΰποστροφή: Nederlans equiv:?]

weer koorts krijgt. (7) Maar bij Hippocrates zijn volgens het boek [van de] ?Epidemie�n? alle dagen beschreven: de ziektedagen per dag tot aan de uiteindelijke genezing, niet alleen als het op de veertiende dag |gebeurt, maar zelfs op de zestigste of tachtigste. Deze voorspelling dus, zoals ik al zei, zelfs als zij bij de meerderheid van de dokters in de smaak viel, maar kwam toch niet in werkelijkheid zo uit, zoals de behandeling op grond van het inzicht van factoren die op handen waren van de jonge [van] Commodus, die tijdens zijn aanwezigheid in Rome plaatsvond.

Par.11/Reg.16: Het resultaat dat de keizer zelf trof was echt opmerkelijk. Hijzelf en alle artsen die met hem meetrokken dachten dat er bij hem een paroxysme in de koorts in aantocht was, maar ze zaten er allemaal naast, zowel op de tweede als ?s morgens vroeg op de derde dag en rond het achtste uur. [Hier een noot over de tijdrekening opde dag] De vorige dag had hij op het eerste uur van het bittere alo�drankje genomen, vervolgens van de theriak, zoals hij de gewoontehad elke dag tot zich te nemen, en ook toen ingenomen had ongeveer op het zesde uur. Vervolgens had hij zich tegen zonsondergang gewassen en een kleinigheid gegeten, terwijl er later de hele nacht door kolieken bijkwamen, gepaard (gaande) met purgeren door de onderbuik [en] zodat hij daardoor koorts

had gekregen.(25) Maar zijn artsen die hen (ten dienste stonden) hadden hem vroeg in de ochtend gezien en hem de raad gegeven rust te houden. | Pag.126/Reg.26: Vervolgens had hij om negen uur pap gegeten. [En] Toen ik daarna was ontboden en in het paleis zou slapen, kwam iemand ons halen net toen de lampen waren ontstoken (en) de keizer mij ontbood. (Slot.Pag.126/ Reg.28)

Pag.128/Reg.1: Omdat er echter drie dokters waren die hem vroeg in de morgen en rond het achtste uur hadden gezien en die (hem) de pols hadden gevoeld, scheen er voor allen een begin van een voorteken te zijn. Maar omdat ik er zwijgend (3) bij stond, keek hij mij alleen aan en vroeg mij als eerste waarom ik, terwijl de anderen al de pols hadden gevoeld, ik alleen niet had gevoeld. (4) Ik zei hem dus dat al twee hadden gepolst, (en) door zijn verblijf buitenslandsdat hij met jou had beleefd [die ?jou? zal die Epimachus wel weer zijn ] omdat de ondeskundigheid door de proef van de polsen van jou was ingezien, hoopte ik dat zij de juist begonnen toestand door hadden, maar omdat ik dat had gezegd en hij me had bevolen de pols te voelen, leek mij de pols tegen de gemeenschappelijke norm af te wijken van elke leeftijd en (elke) natuur (en wel) van degene die het beginvan een voorteken duidelijk maakt, zei ik dat er (11) geen koortsaanval was, maar dat zijn maag in de verdrukking zat door het gebruikte voedsel omdat het in flegma was omgezet voordat het was uitgescheiden, maar dat(?) dat duidelijk(?) was(?) (13) Zij prezen iemand met de diagnose driemaal achtereen met dezelfde uitspraak; met dewoorden: ?Dat is het, dat is precies wat je zegt, want ik merk dat ik door vrij koud voedsel wordt dwars gezeten.? En hij vroeg wat er moest gebeuren. Maar ik antwoordde wat ik wist en wat er door mij tegen hem was gezegd, dat als iemand anders in een zodanige positie was, ik hem als volgt zou geven, [medische termNederlands: ? έδωκα άν ] zoals ik gewoon was, (n.l.) wijn te drinken met peper er boven op.

(18) Maar bij jullie keizers zijn dokters gewend hulpmiddelen te gebruiken die erg veilig zijn (en) is het voldoende een vacht van wol bevochtigd met welriekende warme nardusolie op de opening van de buikholte te leggen. (20) Maar ook anderszins zijn gewoonte volgend zei hij (dat) wanneer de maag hem soms pijn deed (dat door hem) dan een welriekende en warme nardusolie was genomen en op een purper[en] wollen lap gegoten. (23) (en) Peitholaus gaf hij het bevel dat te doen, en ons te vragen om te gaan. Maar toen dat erop gelegd was, en toen (zijn) voeten door de masseurs met warme handen waren gewarmd, vroeg hij om Sabijnse wijn; hij strooide er peper op (en) dronk het. En tegen Peitholaus zei hij na het drinken: ?Wij hebben ��n dokter, en die is onafhankelijk, en hij spreekt zonder ophouden over mij, zoals jij ook weet. (28) Van de dokters is hij | nummer ��n, en van alle filosofen is hij uniek. Want hij had ervaring niet alleen met vele hebzuchtigen, maar ook met ruziemakers, eerzuchtigen, afgunstigen, en boosaardige lieden. (31) Wat ik dus al zei: ik geloof dat ik geen enkel ander onderzoek heb gehad dat verbazingwekkender was dan dat. (32) Want er is onderzoek gedaan door alle (dokters) die uitstekend de techniek van de pols hebben geoefend, van wie Archigenes er ook een was. (Slot.pag.128/Reg.33)

Pag. 130/Reg.1: Welk teken eigen was aan de voorbode van een ziekte, aangezien enkelen zeiden dat die in het begin van de systolische druk in de arterie [medische term: arterie N.; Nederlands: ?�� uitvoerig ook bij D.]te vinden was. Maar anderen (zeiden dat) de systole in ?t geheel niet waarneembaar was [medische term: συστολή : contraction, drawing together ? of the heart .. L.-S. Nederlands ? ] Ik had geluk ? want zou men (τις) anders kunnen zeggen: het meest waarneembaar was de aanraking in geringe mate in het verschil in de pols[en]: enkele artsen zaten er dermate naast dat ik hen moest verhinderen (hun pati�nten) naar het badhuis te sturen, of te gaan eten, omdat zetekenen (van verval) gingen vertonen. Nadat ik ondanks alles door het nauwkeurig te beproeven een begin van een hoogtepunt had onderscheiden, misschien vrij |

haastig, durfde ik het de keizer te zeggen, [wat is dat διατεινάμενος? ] toen ik hem, toen ik me zeer had ingespannen, eerst (de pols)had gevoeld, een uitspraak tegengesteld aan wat hij zelf bij zichzelf had gedacht en van de dokters had gehoord.

Par.12/Reg.11: Het behandelen van Commodus is echter iets zeer omvangrijks, zeggen ze, maar in werkelijkheid blijft het sterk daarbij achter. (12) Nadat hij het paleis had verlaten kreeg hij, voordat hij op het achtste uur (brood) had gegeten, een vrij hoge koorts. En toen ik (hem) de pols had gevoeld, scheen hij mij voor een deel verhit te zijn. Maar (καί)toen hij dat had gehoord zei Peitholaus dat hij zich met verbazing afvroeg of de verhitting van de tonsillen de pols van de jongen zou veranderen. Want geen ander lichaamsdeel van hem was verhit. (17) En daarbij liet hij (de jongen) de mond opensperren en liet mij kijken. De trache�n bleken wel zeer rood te zijn, maar de verhitting bleek niet van grote omvang. Ik vroeg [hem] wie had gemasseerd met het middel voor de maag, dat een verdikkingsmiddel bevatte dat voor het kind te sterk was. Toen ik als antwoord kreeg dat hij het zelf was (en) dat hij had gemasseerd met een middel van honing en (helder) water, gaf ik hem de opdracht over te gaan op een mengsel uit honing en melk onder toevoeging van gekookt rozenwater, en dat alleen te gebruiken gedurende de nacht en de hele daarop volgende dag, dikwijls samen met de nacht daarop. | Pag.130/Reg.24: Maar de derde dag ?s morgens vroeg, toen de [toestand van de] ontsteking geheel en al stopte, en de jongen bijna zonder koorts was, drong ik er bij Peitholaus op aan om hem naar de badkamer te brengen die dichtbij de slaapkamer lag, en onverwijld het water in de kuip te gebruiken, (en) nadat alle andere delen waren gespoeld en alleen het hoofd was besprenkeld, en hem rijkelijk voedsel was toegediend, kwam rond het derde uur (29) Anna Faustina, een zeer naaste verwante van de keizer, die zich verontschuldigde dat zij hem twee dagen niet had gezien (Slot.130//Pag.132/Reg.1) Want een dag eerder ? zei hij na het ontbijt ? had hij de ontstane ( ? ) koorts opgemerkt. En daar voegde hij nog aan toe dat het duidelijk was dat wij het achtste uur waarop het hoogtepunt hem had getroffen zouden overslaan. Peitholaus glimlachte en zei: ?We zullen de Thessalische dag toch maar overslaan?? Maar Galenus hier zei: Toen ik vroeg in de morgen had gezien dat hij zwak was had hij naar eigen zeggen koorts. (6) Maar hij kondigde aan zich ?s avonds weer te wassen, en (hem) een maaltijd te verschaffen voor zover zijn gezondheidstoestand (dat) toeliet. (7) Toen Faustina dat hoorde, bracht zij daar [een] korte tijd door, (en) voerde aan de hand een arts die haar volgde mee, ��n van de methodici. Spelend ( ? ) zei ze: (9) ?Weet dat Galenus niet met | woorden maar met daden met jullie Methodici strijdt. Want vaak heeft hij velen gewassen die koorts begonnen te krijgen en gaf hun zelfs (καί) wijn te drinken. Enkelen ook wist hij op de eerste dag, anderen op de derde volgens de geijkte praktijken te genezen (14) een dag [zin loopt dus door] waarop jullie allemaal de raad geven de eerste twee dagen bij voorbaat te vasten, maar weest [dat is toch plur?] op je hoede om de verdachte uren te blijven liggen. En nu dus ? zei hij ? is de kern van het inzicht duidelijk aangegeven: terwijl de vader van het keizerlijk kind afwezig is, krijgt het in de eerste twee dagen in hevige mate koorts, zoals jullie ook gisteren hebben gehoord, slaat het de derde dag niet over, zoals jullie (wel) denken, (19) terwijl (het kind) het achtste uur afwacht, maar door een bad te nemen en te eten wordt het behandeld. De verzorger van hem, Peitholaus, die wel heel precies in dergelijke zaken was, (zei) dat hij even scherp was als traag, werd door het eerder beproeven van de techniek van de man overreed om hem te wassen en te voeden v��r het verdachte (uur). Terwijl zij voortging naar haar wagen sprak zij (over) dergelijke dingen. Maar ik zei, toen zij zou gaan instappen (en) ik me zelf verwijderde: ?Je hebt gemaakt dat ik veel meer dan voorheen door de artsen werd gehaat.? (26) Na me verwijderd te hebben, vertelde ik [aan] | Peitholaus, speciaal [wel] dat ik met het oog op dat soort dokters zojuist drie soorten verhandelingen had geschreven, ��n Over het verschil van de koortsen, een tweede Over de crises van (de) dagen, en een derde Over de crises, daarbij aantonend dat (met) de theorie die door Hippocrates was geformuleerd, men het verloop bij de pati�nten bij voorbaat zou kunnen kennen. Zij zijn echter zo dom dat zij zelfs niet met mijn uitleg die (zaken) kunen leren. Slot.Reg.32/Pag.134/Reg.1: Je weet zelf wel, beste Epigenes, dat wat er door mij over die dingen is geschreven, waarvan jij hebt waargenomen dat ik de voorspelling doe, (dat die) aan Hippocrates zijn beweerd toegewezen te zijn. Terwijl als enige daaraan is toegevoegd de theorie over de pols[en], die als enige (door jou) niet is uitgewerkt, zoals de lieden na hem de ��n dit de ander dat daaraan toevoegend (5) [aan de theorie dus] tot op onze tijd hebben voortgebouwd. (6) Want de kennis van de disposities van het lichaam berust op die theorie, zoals anderzijds uit een scherpe observatie van de disposities [medische term: διάθεσις ? bodystate D.: Nederlands : ?.. ]de voorkennis van wat er zal gebeuren afkomstig zal zijn.

Par.13: Maar (καί) wat er gebeurde in (jouw) aanwezigheid, toen enkelen van de vooraanstaanden in Rome venesectie [medische term : φλεβοτομία ; Nederlands:..? ] overwogen. |Door de commentaren die ik had geleverd wordt gedemonstreerd dat het door Hippocrates ten volle is aangetoond. (Reg.13) De jongen beleefde de vijfde dag van zijn ziekte, maar het instrument van de venesectie bleek achterwege te zijn gelaten, terwijl de aandoening daarom in principe vroeg dat het (13) zou gebeuren rond (de) tweede, derde of zeker de vierde dag. Dan, aangezien noch het jaargetijde, noch de leeftijd van de pati�nt, net zomin als (zijn) ziekte in verhouding tot (zijn) levenskracht, noch de eerdere leefregel van de ziekte een bezwaar vormden [er staat sing.] maar alle factoren met elkaar overeenstemden, dat venesectie was aangewezen, namen de artsen gzamenlijk het besluit de aderen te openen, terwijl ze [daar] op passende wijze over dachten. (19) Mar ik overwoog nauwkeurig alle verschijnselen die door Hippocrates waren genoemd aan dingen die een bloeduitstorting aankondigden, maar ik zei dat zij (de dokters) terecht hadden besloten tot de afname van [het] bloed, maar dat het daarop uitkwam en dat de natuur zich spoedde om dat wat haar zwaar was af te scheiden. Dat dat heel gauw zou gebeuren, ook al zouden wij niet handelen. [μή met conjunctivus] (23) De dokters hoorden dat dus, en [natuurlijk!] zeker! Zij verbaasden zich! Maar de pati�nt stond rechtop in (zijn) bed, alsof hij eruit wilde springen. Maar toen iemand hem vroeg waarom hij eruit (wilde) springen terwijl er niets te vrezen was, | zei hij dat hij een rode slang uit de zoldering had zien kruipen, (en) dat hij bang was [denk N. aan δεινος .. ] dat hij los zou laten en op hem zou vallen, en (dat hij) daarom de plek ontvluchtte waar hij lag.[Punt in de text hier!] Hen scheen dat echter niets bij te dragen aan de bloeduitstorting die op handen was. Maar mij, toen ik de andere aspecten allemaal nauwkeurig beschouwde, alsok de rechterkant van de neus, tot aan het jukbeen, viel het op dat de nog zwak rode kleur nu veel sprekender zou worden en leek het zonneklaar dat de bloeduitstorting waarschijnlijk uit het rechter neusgat zou komen. En aan ��n van de aanwezige slaven van de pati�nt gaf ik op rustige wijze te verstaan een kom onder zijn mantel beschikbaar te houden (5) geschikt om [het] bloed op te vangen. Vervolgens gaf het gehoor van alle artsen duidelijk te kennen, (om) als ze een ogenblik konden wachten, te zien dat de man uit zijn rechter neusgat bloedde. Maar toen zij lachten over het voorspellen dat ik in de redenering het rechter neusgat betrok, zei ik: ?Heus, ofwel beide feiten moetenplaatsvinden, of in beide heb ik me vergist. Want aan de theorie ontlenen beide hun voorspelling. (10) Dat de patient een bloeding heeft gekregen, en wel uit z?n rechter neusgat, waarbij ik jullie ten getuige heb geroepen ? ? < lacune > |Pag.136/Reg.13: (Ik vond dat) hij moest letten op wat er zou gebeuren, (en) de kom moest verstoppen, om als hij het bloed uit het rechter neusgat zag stromen, toe te snellen en de kom eronder te houden. (15) Met dat ik dat zei, trok de pati�nt (z?n) vinger die hij erin had gestoken, eruit en de slaaf kwam aanhollen en hield [hem] het vat eronder. Daarbij ontstond zoals je weet een vreselijk geschreeuw (en) de artsen smeerden hem allemaal. Maar ik maak jou als je mij vraagt de theorie van de voorspellinghelemaal duidelijk, die ik al kende uit de uitspraken van Hippocrates. (19) Verder voegde ik het volgende nog toe, nl. dat de bloedneus [αίμορραγια: medische term: ?blood letting? L.-S., hier bloedneus?] naar verwachting hevig zou zijn. Want de aandrang van de natuur is krachtig en de ziekte is ongekookt. Door dergelijke oorzaken plegen echter onmatige evacuaties plaats te vinden. (Reg.22) [κένωσις = ?evacuations? N. niet bij D.: Nederlandse term:?.. ] Daarom, in de mening dat het erg goed was voor de pati�nt een poosje te blijven, stuur ik mijn begeleidende slaaf om een grote kop te halen, maar zonder dat al die mensen het zien. Omdat er vlug veel bloed in het vaatje wordt verzameld, vraag ik om een tweede. Ik verzamel het bloed en zie het gewicht aan evacuatie, [zie boven (22) evacuatie ? medische term ] dat op vierenhalf pond kwam. Ik liet de pati�nt rechtop zitten en liet hem koude, zure wijn met water | (gemengd)

Pg.138/Reg.1: door het neusgat opsnuiven: ik legde een spons gedrenkt met een mengsel van honing en koud water op het voorhoofd en ik zwachtelde zijn ledematen in. Toen niets daar een eind aan maakte, drukte ik het vat tegen de rechterkant van het ingewand (en) bracht de bloeding tot staan. En dat juist dit ook tot de behandeling van Hippocrates behoort heb ik je duidelijk gemaakt. Dat en al het andere wat ik door mijn handelingen heb laten zien, heb ik ook beschreven. (6) Want hoe nodig het is om (het) van kou verstijven dat eraan komt voortijdig te herkennen, (dat) heb ik beschreven (alsook) diaree, braken enovermatig urineren, of het ophouden van zweet, en abcessen aan het oor en gezwellen en krankzinnigheid [παραφροσύνη: ?attacks of delirium? N.;medische term: ?maar wat is dit precies? ] en de depressies en alle mogelijke andere symptomen. Bij enkele echter, zoals ik ook eerder heb gezegd, bij zichzelf een redenering opzetten, zoals (11) ik een verwachting aangaf bij het kind van Boethus, [en] bij de vrouw die verliefd was en bij de man die terneer geslagen was van angst. (slot cap.13)

Cap.14/Reg.13: Onlangs echter, zoals je weet, toen ik iets dergelijks had voorspeld, is de hele bende door mijn prognose in verwarring gebracht. Want een huismeester die in alle opzichten de zaken van zijn heer goed bestierde, en daarvoor hoog in aanzien stond, ging, terwijl andere geneesheren hem in de | gaten hielden, op de zevende dag door een zweetcrisis. Maar de volgende dag, toen zij vonden dat de pols zwakker werd, meenden dat er een gemene dispositie in het lichaam op de loer lag, [διάθεσις- medische term ? Nederlands ?.. hier een externe oorzaak, vanwege het feit dat het kwaad in het lichaam ?op de loer lag? ] (maar) waarbij ze zich grotelijks vergisten. (18) Vervolgens, toen ze samen met de meester van de jonge man het huis verlieten, kwamen ze bij toeval mij tegen. Na de voorafgaande en volgende symptomen te hebben uiteengezet, vroegen ze om (mij) over de ongerijmde gebeurtenis met de pols in te lichten. (21) Toen ik (opeens) op het idee kwam dat we dichtbij het huis waren waar hij (ziek) lag, gingen we met hem mee (en) voelden de jongen de pols. (23) Want volgens de waarneembare dispositie, (?) zoals ik je zei, vergissen ook achtenswaardige artsen zich dikwijls in niet geringe zaken, [gaat σφάλλομαι met de accus.?] [anders is ολίγα een adverbium ] omdat zij een grote pols niet groot achten, net zoals ze soms ook een snelle als niet snel en een trage als niet traag (beschouwen). (26) Evenzo ook vergissen zij zich in de diagnose [?of medical diagnosis? D.] over de zwakke en de krachtige pols en de harde en de zachte, maar [καί] nog meer over de onregelmatige en de regelmatige pols, de gelijkmatige en de ongelijkmatige, in een aantal (slagen) als in ��n enkele slag, waarover ik ook (in) ?Over de Diagnose door de Pols? in vier boeken heb geschreven. (31) Aan dat geschrift gaan vier andere (boeken) vooraf die ?Over de | oorzaken door de pols[en]?Pag.140/Reg.1: zijn getiteld. Het geschrift Over de voorspelling door de pols[en] is (zeer) afhankelijk van (deze) beide tractaten, (het geschrift) dat ook zelf in vier boeken is geschreven, waardoor de eerder genoemde de eerder genoemde twee ook zeer bruikbaar schijnen te zijn. Aangezien de afwijking in ��n enkele pols afwijkingen vertoont zoals is aangetoond, (en) omdat er flinke training nodig is voor de diagnose, omdat zij (de diagnose!) vele verschillen heeft, wanneer de pols, die volgens de ��n werkzaamheid (en) die volgens meerdere (polsen) op rij van elkaar [verschillen]

niets anders heeft dan alleen wat door uitvallen ontstaat, is het dus noodzakelijk in te zien dat het om een symptoom gaat vanaf de geboorte. (12) Maar het is vreselijk moeilijk te diagnosticeren, zo niet onmogelijk, zonder nauwkeurig alle verschillen volgens de pols waar te nemen. (15) Toen ik dus had gezien dat de man zich zo verhield, gaf ik de artsen de raad hem restauratief te behandelen, omdat hij al de goede kant op was gegaan, hetzij terwijl hij al vooruitging en (weer) [de] normale dingen deed, vervolgens dat als ze zijn polsen voelden, zouden vinden ? zo zei ik ? dat (de pols) een slag oversloeg, zoals (die) ook nu (deed). (18) Want dat washem van nature overkomen, niet door een of andere geniepige ziekelijke oorzaak. Aanvankelijk scheen hen het gezegde onwaarschijnlijk toe. Maar in de loop van de tijd vonden ze dat (bij) alle (ritme?s) wel een pols waar ��n slag ontbrak, dan [bij] het ene, dan [bij] het andere. [Punt in de tekst!] | (22) Maar later kwamen ze naar me toe (en) spoorden mij aan (goed) te luisteren: door welk teken ik toch door had gekregen dat de natuur van de jonge man zus en zo was. Ik gaf hun dus ten antwoord (precies) wat ik de redenaar Isocrates eens had horen zeggen: wat hij zei tegen een van zijn kompanen over de opleiding van drie jaar, of hij zelf ook zou (kunnen) worden opgeleid in even zoveel tijd (om) bij elk van de voorvallen te zeggen dat hij Isocrates had horen spreken. (27) Want ze zeggen dat de man het jongetje heeft geantwoord: ?Ik zou graag met jouPag.142/Reg.1:dat ik in ��n dag had kunnen leren wat hij nu vraagt (Konjunkt!) Maar ik zou mezelf wegens ongeschiktheid willen veroordelen, na zoveel jaren bij hem te hebben geoefend.? (4) ?Je zult je bewust zijn? zei ik ?hoeveel verschillen er in de pols zijn volgens de natuur wanneer je dit boek hebt gelezen ? Dat dus, beste Epigenes, is een achtenswaardig werk van de medische prognose, zoals ook dat (geval) met de keizer, omdat hem een aanval scheen te overkomen van het hoogtepunt. Maar voor het overige: alles waarover de meeste dokters zich verbazen is niets, komt zelfs niet in de buurt [van die (dingen)]. (Die zaken) lijken wel verbazingwekkend te zijn door de onwetendheid van de grote massa, niet inhoudelijk, (maar) doordat ze behoorlijk zijn opgeleid in (zaken) die in technisch opzicht en onduidelijke prognose hebben.